Goto main content

Irak verbiedt clusterbommen

Op 14 mei heeft Irak het Verdrag tegen Clustermunitie geratificeerd. Een belangrijke stap. Irak is namelijk een van de meest bezaaide landen ter wereld. Door de toetreding tot het Verdrag moet Irak extra inspanningen leveren om die wapens te vernietigen en de duizenden slachtoffers te helpen.

Op 14 mei heeft Irak het Verdrag tegen Clustermunitie geratificeerd. Een belangrijke stap. Irak is namelijk een van de meest bezaaide landen ter wereld. Door de toetreding tot het Verdrag moet Irak extra inspanningen leveren om die wapens te vernietigen en de duizenden slachtoffers te helpen.

Irak werd als 83ste land partij bij het Verdrag. Een historisch moment. Clustermunitie vormt immers nog steeds een ernstige bedreiging voor de bevolking en staat de ontwikkeling van het land in de weg. Nu het tien jaar geleden is dat de Amerikanen en de Britten Irak binnenvielen, is het ook een zeer symbolisch moment. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben zo’n 13.000 clusterbommen die 1.800.000 tot 2.000.000 bommetjes bevatten op Iraaks grondgebied gedropt. Tijdens de Golfoorlog in 1991 gebruikten de Amerikaanse troepen eveneens clustermunitie.

Na Laos komt Irak op de tweede plaats met het grootste aantal geregistreerde slachtoffers van clustermunitie. De beschikbare gegevens zijn onvolledig, maar volgens de laatste cijfers van de Cluster Munition Monitor, vielen sinds 2011 meer dan 3.000 slachtoffers. Een vierde van hen kinderen. De toetreding van Irak tot het Verdrag van Oslo, dat clustermunitie verbiedt, betekent dus een stap vooruit op vlak van preventie, ontmijning en aangepaste hulp voor slachtoffers.

Handicap International werkt al sinds 1991 in Irak om hulp te bieden aan de slachtoffers van de Golfoorlog. Vandaag waarschuwt de organisatie de bevolking voor de gevaren van mijnen en ander niet-ontploft oorlogstuig. Verder wil Handicap International in Irak activiteiten opzetten om mensen te informeren over de gevaren van lichte wapens. Ook het revalidatiecentrum KORD ten slotte krijgt nog steeds steun.
 

Gepubliceerd op: 14 september 2021

Meer over dit onderwerp

Haïti, een maand na de aardbeving
© R.CREWS/ HI
Noodhulp

Haïti, een maand na de aardbeving

Een maand nadat een aardbeving het zuidwesten van Haïti opschrikte, zijn de humanitaire behoeften nog steeds immens. Meer dan 2.000 mensen kwamen om, 650.000 Haïtianen verkeren nog steeds in nood.

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.