Libanon: "Midden in de bombardementen, maar we blijven gaan"
Nahed Al-Khlouf leidt Handicap International in Libanon. Ze coördineert er de noodhulp, met extra aandacht voor mensen met een beperking, zwangere vrouwen en ouderen die op de vlucht zijn voor de bombardementen.
Vernielingen na een bombardement door het Israëlische leger in 2024. Handicap International bracht de vervuiling door niet-ontplofte munitie in kaart in de getroffen dorpen in de Bekavallei. | © Handicap International
Op hoeveel locaties zijn jullie momenteel actief en waar verblijven de ontheemden die jullie begeleiden?
De teams van Handicap International werken momenteel in drie collectieve opvangkampen in Beiroet, aangezien een groot deel van de vluchtelingen naar de hoofdstad trekt. In één van die opvancentra verblijven alleen al zo’n 1.000 mensen. We overleggen met de autoriteiten om ook toegang te krijgen tot andere locaties, vooral plekken waar veel mensen met een beperking, ouderen en zwangere vrouwen verblijven, zodat we onze hulp kunnen uitbreiden.
Zijn jullie ook elders actief?
Ja, we helpen ook mensen die niet in de officiële opvangcentra verblijven, maar buiten in tenten leven. Zo zijn we tussengekomen op de Corniche van Beiroet. Ondanks de hulp die daar al geboden wordt, zoals maaltijden, blijft de nood groot. De mensen leven er in bijzonder moeilijke omstandigheden: geen privacy, te weinig basisvoorzieningen... Met de regen en de kou van deze winter wordt de situatie stilaan onhoudbaar.
Wat hebben jullie concreet al uitgedeeld en welke hulp boden jullie tot nu toe?
Onze teams hebben hulpmiddelen uitgedeeld — zoals rolstoelen en krukken — maar ook hygiënepakketten, pakketten voor intieme hygiëne voor vrouwen en verzorgingsproducten voor pasgeborenen. We boden ook revalidatiezorg aan, hielpen zwangere vrouwen de weg te vinden naar de juiste zorg en begeleidden zelfs enkele bevallingen. Daarnaast hebben we sessies voor psychologische steun georganiseerd. We leggen momenteel de laatste hand aan een overeenkomst met een ziekenhuis in Beiroet om de opvolging van bevallingen te garanderen. Tot nu toe hebben we meer dan 500 mensen kunnen helpen, ook al zijn de werkomstandigheden extreem onzeker.
Werken jullie ook rond sensibilisering over de risico's van explosieven?
Absoluut. We hebben via onze sociale media berichten verspreid over de gevaren van explosieven en hoe je jezelf kunt beschermen bij bombardementen. Die berichten zijn al meer dan 3.500 keer bekeken. Vanaf nu trekken onze teams ook rechtstreeks naar de opvangkampen om flyers en affiches uit te delen over de gevaren van mijnen en niet-ontplofte munitie. Dat is informatie die letterlijk levens kan redden.
Hoe is de situatie voor mensen met een beperking in de opvangkampen?
Die is vaak erg moeilijk. In een opvangcentrum met 1.000 mensen zijn sommige ruimtes enkel via trappen bereikbaar en is het sanitair niet aangepast. In andere centra is er ’s nachts dan weer amper verlichting. Veel mensen moesten halsoverkop vluchten en konden hun bril, rolstoel of andere essentiële hulpmiddelen niet meenemen. Ze komen terecht in een omgeving die totaal niet is aangepast aan hun noden, wat soms zelfs gevaarlijke situaties oplevert.
Jullie hebben ook een hotline geopend. Hoe werkt die?
We hebben een telefoonlijn geopend waar andere hulporganisaties of de mensen zelf meldingen kunnen doen. Een vast aanspreekpunt beheert deze oproepen. We kregen al 23 oproepen van mensen die dringend nood hebben aan diensten — denk aan basisspullen voor ontheemden (een klein kookvuur, dekens, enz.), medische zorg of voedsel. Als een vraag buiten ons vakgebied valt, verwijzen we hen door naar de juiste partners en volgen we dat dossier op. Onze prioriteit ligt bij mensen met een beperking, ouderen en zwangere vrouwen, omdat zij het meest kwetsbaar zijn in deze crisis.
Hoe houdt het team dit vol in deze context?
Het team van Handicap International bestaat uit 50 mensen. Velen zijn gevlucht naar Beiroet, de Libanonberg of het noorden. Zeventien van hen zijn zelf ontheemd — sommigen verblijven bij familie, anderen huren iets of zitten in collectieve opvangkampen. En toch blijft iedereen zich onvermoeibaar inzetten.
Hoe ervaar je dit persoonlijk?
De bombardementen zijn vlakbij; de muren van ons kantoor trillen ervan. Op 24 maart hoorden we in het midden van de nacht zeven explosies in Beiroet. We kunnen niet slapen... De onrust is constant: soms worden de aanvallen aangekondigd, vaak ook niet. Sommige teamleden hebben zelf nood aan psychologische begeleiding — omdat het gebouw aan de overkant net geraakt is, of omdat hun kinderen in paniek zijn. Maar we blijven allemaal paraat staan.
Met welke praktische beperkingen hebben jullie dagelijks te maken?
Er zijn dagen waarop de veiligheidssituatie ons dwingt om onze verplaatsingen te beperken of uit te stellen. Vorige week konden we vier dagen lang niet naar de opvangkampen. Deze week hadden we drie dagen gepland, maar we moeten ons voortdurend aanpassen. Zodra er een risico opduikt, sturen we ons plan bij. Buiten de opvangkampen, op de openbare weg, kunnen we gelukkig op elk moment in actie komen.
Wat zijn de grootste hindernissen om de hulp op te schalen?
Met onze huidige middelen kunnen we misschien een tiental opvangplekken in Beiroet ondersteunen. Meer is op dit moment erg moeilijk. We hebben een noodoproep gelanceerd, maar de financiering blijft erg beperkt. Dat geldt niet alleen voor Handicap International, maar voor bijna alle hulporganisaties. De capaciteit om te helpen is er, maar het geld ontbreekt.
Wat zijn de onmiddellijke prioriteiten voor Handicap International?
Eerst en vooral noodpakketten die aangepast zijn aan de winter, met matrassen, dekens, tussenschotten voor een beetje privacy en hygiënepakketten. We willen ook zo snel mogelijk psychosociale en creatieve activiteiten opstarten voor de kinderen, die in shock zijn en niet meer naar school kunnen. Daarnaast moeten we blijven inzetten op revalidatie, mobiliteitshulpmiddelen en steun aan zwangere vrouwen. Ten slotte wil Handicap International zijn aanwezigheid uitbreiden naar het zuiden en het noorden, vooral in steden zoals Saïda, die zwaar getroffen zijn. Ons plan ligt klaar.