Goto main content

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken

Mijnen en andere wapens Noodhulp

Uit het laatste verslag van de Cluster Munition Monitor, dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat Syrië voor het achtste jaar op rij verantwoordelijk is voor de meeste slachtoffers. In 2019 nam het land in oorlog 80% van de slachtoffers voor zijn rekening. Maar de Cluster Munition Monitor getuigt ook over het gebruik van clustermunitie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan.

Clustermunitie in het struikgewas in Laos

Clustermunitie in het struikgewas in Laos | © D. Kremer / HI

Wereldwijd werden in 2019 in negen landen en twee gebieden minstens 286 personen gedood of verwond door clusterwapens en de springtuigen die ze achterlaten. Uit het verslag van de Cluster Munition Monitor blijkt dat 99 % van de slachtoffers burgers zijn. In Syrië werden 219 slachtoffers van aanvallen met clusterwapens geregistreerd, naast dertien slachtoffers van achterblijvende springtuigen. Sinds midden 2012 tekende de Cluster Munition Monitor minstens 686 aanvallen met clusterwapens op in het land. 

Het recente gebruik door Azerbeidzjaanse en Armeense troepen

Recentelijk werden de wapens door Azerbeidzjaanse en Armeense troepen ingezet in het conflict in Nagorno-Karabach. Die meldingen werden niet opgenomen in het verslag van 2020 van de Cluster Munition Monitor, aangezien dat alleen het jaar 2019 behandelt. Volgens Human Rights Watch hebben de Armeense troepen clusterwapens afgevuurd of geleverd voor een aanval op de stad Barda. Daarbij kwamen minstens 21 burgers om het leven en raakten minstens 70 andere personen gewond. Het Azerbeidzjaanse leger heeft al in minstens vier verschillende incidenten clusterwapens ingezet. 

“Onlangs werden clusterwapens gebruikt in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan, wat erop wijst dat onze strijd tegen deze wapens nog lang niet is gestreden," vertelt Anne Héry, directrice Advocacy bij Handicap International. "Elk nieuw gebruik van deze wapens moet door alle landen stellig veroordeeld worden. Alleen door het gebruik van clusterwapens systematisch te veroordelen en met de vinger te wijzen, en alle landen op te roepen het Verdrag van Oslo te onderschrijven, kan de internationale gemeenschap het gebruik van clusterwapens de wereld uithelpen.”

Oslo-conferentie

Het opduiken van deze wapens in de Kaukasus, samen met de meldingen in Syrië en Libië door de Cluster Munition Monitor 2020, moet des te meer landen ertoe overhalen het Verdrag van Oslo te onderschrijven. Sinds 2010 verbiedt het Verdrag het gebruik, de productie, het transport en de opslag van clusterwapens. Momenteel telt het Verdrag 110 partijen en 13 ondertekenende staten. Azerbeidzjan, Armenië en Syrië hebben het Verdrag nog niet ondertekend, terwijl landen als de Verenigde Staten, Rusland en China weigeren het verdrag te omarmen. Het Verdrag van Oslo moet een universele norm worden.

Van 25 tot 27 november vindt een online conferentie plaats, waarbij de verdragspartijen zich buigen over de naleving van het Verdrag van Oslo, dat clusterwapens verbiedt. Handicap International roept alle staten op om elk gebruik van deze wapens door partijen in conflict systematisch te veroordelen, ongeacht de omstandigheden. De organisatie vraagt daarnaast alle staten die het verdrag nog niet hebben ondertekend, om dat alsnog te doen en zo levens te redden.

Gepubliceerd op: 12 januari 2021

Meer over dit onderwerp

25 jaar ontmijnen met HI in Laos
© N. Lozano Juez/HI
Mijnen en andere wapens

25 jaar ontmijnen met HI in Laos

Juni 1996: Handicap International (HI) krijgt een eerste ontmijningsopdracht in Laos. 25 jaar later zet onze organisatie zich nog steeds in voor de ontmijning van het land.

© HI
Gezondheid Noodhulp Revalidatie

Twee jaar na de start trekt HI de stekker uit het droneproject in Tsjaad
© John Fardoulis / HI
Mijnen en andere wapens

Twee jaar na de start trekt HI de stekker uit het droneproject in Tsjaad

Na twee jaar is er een eind gekomen aan het droneproject dat Handicap International (HI) had opgestart in Tsjaad, samen met zijn partners Mobility Robotics en FlyingLabs Côte d'Ivoire.