Meteen naar de inhoud

Welke toekomst voor mensen met een handicap in Syrië?

Mijnen en andere wapens Noodhulp
Syrië
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Handicap International (HI) vestigen de aandacht op de behoeften van de naar schatting drie miljoen personen in Syrië die gewond zijn of aan een handicap lijden. Beide organisaties roepen de internationale gemeenschap op om meer inspanningen te leveren om de revalidatie en herintegratie van die mensen in de maatschappij in de hand te werken.
Een fysiotherapeut van Handicap International maakt oefeningen met een jongen rond 6.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Handicap International (HI) vestigen de aandacht op de behoeften van de naar schatting drie miljoen personen in Syrië die gewond zijn of aan een handicap lijden. Beide organisaties roepen de internationale gemeenschap op om meer inspanningen te leveren om de revalidatie en herintegratie van die mensen in de maatschappij in de hand te werken.

Elke maand vallen er in Syrië om en bij de 30.000 gewonden. Het conflict houdt al zes jaar aan, en maar liefst anderhalf miljoen Syriërs raakten al gewond. Er leven ook anderhalf miljoen mensen met een permanente handicap, onder wie 86.000 personen die een of meerdere ledematen verloren. Aangezien er maar geen einde komt aan de oorlog en er steeds meer explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden gebruikt worden, is het risico bijzonder groot dat er talloze niet-ontplofte oorlogstuigen achterblijven. Almaar meer mensen zullen dus nood hebben aan revalidatiediensten die des te minder beschikbaar zijn.

Risico op permanente handicap na verwonding

Minder dan de helft van de openbare ziekenhuizen en andere gezondheidsvoorzieningen in Syrië zijn nog operationeel. Bovendien zijn de meeste daarvan onvoldoende uitgerust om gewonden te behandelen en personen met een handicap te ondersteunen. Slechts twee revalidatiecentra (in Damascus en Homs) leveren nog protheses in het land. Door die bijzonder beperkte toegang tot gezondheidszorg evolueren veel verwondingen naar een permanente handicap. Dat zou vermeden kunnen worden als gewonden toegang hadden tot een snelle, aangepaste zorgverlening. Zonder aangepaste revalidatiezorg loopt een derde van de gewonden het risico op een ernstige of permanente handicap.

De WHO en HI zijn een operationele, strategische samenwerking aangegaan voor vier jaar om meer hulp te kunnen bieden aan Syriërs met verwondingen of een handicap. Het project krijgt de steun van het Britse Department for International Development (DFID) en moet de toegang tot vitale revalidatiezorgen voor gewonden vergemakkelijken, en zo het risico op complicaties of een permanente handicap beperken. Bovendien zal het de toegang tot revalidatiediensten gemakkelijker maken voor iedereen en de capaciteiten en weerbaarheid van de lokale gezondheidszorg versterken.

De gevolgen van het conflict met zich meedragen

“Personen met verwondingen en met een handicap zijn bijzonder kwetsbaar en worden tijdens een dergelijk conflict gemakkelijk vergeten. Het is vandaag in Syrië essentieel dat we verder kijken dan de dringendste medische noodhulp en ook nadenken over hoe we de Syriërs kunnen bijstaan die de gevolgen van het conflict voor de rest van hun leven zullen meedragen”, aldus Florence Daunis, directrice Operations voor Handicap International.

“Een derde van de slachtoffers van explosieve wapens zijn kinderen: hoe zullen zij er binnen tien of twintig jaar voorstaan? Zullen ze naar school kunnen? Zullen ze kunnen werken en in de behoeften van hun gezin kunnen voorzien? Hoe zullen ze opgenomen worden in de maatschappij? Het is van cruciaal belang om op die vragen een antwoord te vinden. Er moet rekening gehouden worden met de vaardigheden van die kinderen en het is onze taak, als humanitaire hulpverleners, om ervoor te zorgen dat die gewonden of personen met een handicap niet vergeten worden”, aldus nog dr. Michel Thieren, directeur van het WHO Health Emergencies Programme.

Meer over dit onderwerp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken
© D. Kremer / HI
Mijnen en andere wapens Noodhulp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken

Uit het laatste verslag van de Cluster Munition Monitor, dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat Syrië voor het achtste jaar op rij verantwoordelijk is voor de meeste slachtoffers. In 2019 nam het land in oorlog 80% van de slachtoffers voor zijn rekening. Maar de Cluster Munition Monitor getuigt ook over het gebruik van clustermunitie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan.

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"
© Tannourine / HI
Mijnen en andere wapens

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"

Voor het vijfde jaar op rij maakt de Landmine Monitor gewag van een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers van landmijnen, voor het merendeel burgers. De uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020 heeft ook een nieuwe reeks onvoorziene uitdagingen met zich meegebracht

Wanneer de bom valt
© Martin Crep/HI
Mijnen en andere wapens

Wanneer de bom valt

Bij gewapende conflicten wordt de rekening vaak gepresenteerd aan de ongewapende burgers. Vandaag maken burgers 90% uit van de slachtoffers bij bombardementen in bevolkte gebieden. Wat zijn de gevolgen en wie maakt hier een eind aan?