Handicap International en 30 andere humanitaire organisaties stappen naar het Israëlische Hooggerechtshof
37 internationale hulporganisaties kregen van de Israëlische autoriteiten de opdracht om tegen eind februari hun activiteiten stop te zetten, op basis van aangepaste registratieregels. Omdat die sluitingen snel dichterbij komen, nemen 31 toonaangevende humanitaire organisaties* samen een uitzonderlijke beslissing: ze stappen naar het Israëlische Hooggerechtshof met de vraag om de maatregel op te schorten voordat er onherstelbare schade ontstaat voor burgers die van hun hulp afhankelijk zijn.
© HI
Op 30 december 2025 kregen de betrokken organisaties officieel bericht dat hun Israëlische registratie de volgende dag zou aflopen. Ze kregen 60 dagen om hun werking in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, af te bouwen. In de brief stond dat de beslissing alleen kan worden teruggedraaid als de organisaties het volledige registratieproces doorlopen, maar aan dat proces kunnen ze wettelijk en ethisch niet voldoen.
De sluitingen kunnen al ingaan vanaf 28 februari. De gevolgen zouden meteen voelbaar zijn, niet alleen voor de betrokken organisaties maar voor het hele humanitaire systeem.
In Gaza zijn gezinnen nog steeds afhankelijk van externe hulp, terwijl de toegang tot hulpgoederen beperkt blijft en er opnieuw aanvallen plaatsvinden in dichtbevolkte gebieden. Op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, nemen de humanitaire noden toe door militaire invallen, sloopacties, gedwongen verplaatsingen, uitbreiding van nederzettingen en geweld door kolonisten.
Registratie bij de Palestijnse Autoriteit vormt de wettelijke basis voor internationale ngo’s om in Palestijns gebied te werken. Volgens de Vierde Conventie van Genève moet een bezettende macht hulpverlening aan burgers onder haar controle mogelijk maken. Humanitaire aanwezigheid afhankelijk maken van verregaande administratieve eisen, waaronder het overdragen van volledige lijsten met nationale medewerkers, dreigt levensreddende diensten te verstoren en ondermijnt de verplichting om het welzijn van burgers onder bezetting te waarborgen.
De eis om persoonlijke contactgegevens over te dragen brengt ernstige veiligheids- en juridische risico’s met zich mee. Nationale medewerkers kunnen daardoor blootgesteld worden aan mogelijke represailles, en bestaande garanties rond gegevensbescherming en vertrouwelijkheid worden ondermijnd. Voor Europese organisaties zou naleving bovendien zware juridische en contractuele aansprakelijkheid meebrengen. Breder bekeken creëert deze aanpak een precedent dat principiële humanitaire inzet in sterk gepolitiseerde contexten kan ontmoedigen.
Internationale ngo’s hebben praktische alternatieven voorgesteld, zoals onafhankelijke sanctiescreening en door donoren gecontroleerde verificatiesystemen. Die systemen garanderen naleving én bescherming van personeel, zonder persoonlijke gegevens vrij te geven. Op die voorstellen is geen inhoudelijke reactie gekomen. Intussen is de handhaving in de praktijk al begonnen, onder meer via geblokkeerde leveringen en het weigeren van visa en toegang voor buitenlands personeel.
Samen met VN-agentschappen en Palestijnse partners leveren internationale ngo’s meer dan de helft van alle voedselhulp in Gaza. Ze beheren of ondersteunen 60 procent van de veldhospitalen, voeren bijna driekwart van de activiteiten rond noodonderdak en basisgoederen uit, verzorgen alle ziekenhuisopnames van kinderen met ernstige acute ondervoeding, financieren meer dan de helft van de ontmijningsactiviteiten en ondersteunen 30 procent van het noodonderwijs.
Met hun beroep vragen de organisaties een dringende voorlopige maatregel om het vervallen van hun registratie en verdere handhaving op te schorten in afwachting van een definitieve rechterlijke uitspraak. De kernvraag is of administratieve maatregelen mogen worden gebruikt om gevestigde humanitaire operaties te beperken op een manier die niet verenigbaar is met de verplichtingen van een bezettende macht onder het internationaal humanitair recht.
Regeringen moeten dringend optreden om de uitvoering van deze maatregelen te voorkomen en te verzekeren dat humanitaire hulp principieel, onafhankelijk en ongehinderd kan blijven plaatsvinden. Als deze maatregelen ingaan, stopt de hulp niet omdat mensen ze niet meer nodig hebben. Ze stopt omdat ze afhankelijk wordt gemaakt van politieke en administratieve voorwaarden. Op een moment waarop burgers die hulp nodig hebben om te overleven, zou dat meteen zware en onomkeerbare gevolgen hebben voor mensenlevens.
*Deze 19 organisaties stappen naar het Israëlisch Hooggerechtshof:
-
Handicap International
-
All We Can
-
ActionAid Australia
-
Alianza Por La Solidaridad
-
Association of International Development Agencies (AIDA)
-
Bystanders No More
-
CADUS e.V.
-
Choose Love
-
Christian Aid
-
Churches for Middle East Peace
-
DanChurchAid
-
Danish Refugee Council
-
Diakonia, Sweden
-
medico international
-
Middle East Children's Alliance
-
Movimiento por la Paz, Desarme y Libertad - MPDL
-
Muslim Aid
-
Nonviolent Peaceforce
-
Norwegian Church Aid
-
Norwegian Refugee Council
-
Oxfam
-
Pax Christi International
-
Première Urgence Internationale (PUI)
-
Pro Peace
-
Refugees International
-
Start Network
-
Tearfund
-
Terre des hommes Italy
-
Terre des hommes Lausanne (Tdh)
-
United Against Inhumanity
-
Weltfriedensdienst e.V. (WFD; World Peace Service)