Goto main content

Hulporganisaties "Haiti Lavi 1212" zetten bijkomende middelen in ter bestrijding van cholera-epidemie in Haiti

Noodhulp
Haïti
In Haïti bezwijken nog steeds mensen aan de gevolgen van cholera. Het virus leidt tot diarree en uitdroging. Als geïnfecteerden niet snel water en zout krijgen, kunnen ze binnen enkele uren overlijden. Er zijn nu 295 doden en zeker 3.612 mensen besmet. Vooral rond de Artibonite-rivier, op twee uur rijden van Port-au-Prince, zijn veel zieken. Maar ook in de hoofdstad zelf zijn gevallen van cholera gemeld. Cholera is een grote bedreiging voor de 1,3 miljoen mensen die in tentenkampen bij de hoofdstad Port-au-Prince leven sinds de aardbeving in januari.

In Haïti bezwijken nog steeds mensen aan de gevolgen van cholera. Het virus leidt tot diarree en uitdroging. Als geïnfecteerden niet snel water en zout krijgen, kunnen ze binnen enkele uren overlijden. Er zijn nu 295 doden en zeker 3.612 mensen besmet. Vooral rond de Artibonite-rivier, op twee uur rijden van Port-au-Prince, zijn veel zieken. Maar ook in de hoofdstad zelf zijn gevallen van cholera gemeld. Cholera is een grote bedreiging voor de 1,3 miljoen mensen die in tentenkampen bij de hoofdstad Port-au-Prince leven sinds de aardbeving in januari.

De organisaties van het Belgisch Consortium voor Noodhulp die de oproep "Haiti lavi 12-12" lanceerden na de aardbeving in Haïti begin dit jaar, hebben onmiddellijk bijkomende middelen ingezet en hun ploegen in opperste staat van paraatheid gebracht.

De organisaties stuurden extra medewerkers en middelen naar het noorden om te helpen om de slachtoffers van de ziekte op te vangen en te verzorgen en om de verdere verspreiding van cholera te voorkomen. De teams adviseren de lokale gezondheidsdiensten in verband met het al dan niet isoleren van patiënten, het toevoegen van chloor aan bestaande waterputten en de promotie van het gebruik van zeep bij het wassen van de handen. Daarnaast verspreiden de hulporganisaties hygiëne kits, waterzuiveringsmiddelen, zeep, plastiek matten, tenten, latrines, orale rehydratatiezouten (een mengsel van zouten en suiker dat uitdroging tegengaat), antibiotica, maaltijden en biscuits met een hoge voedingswaarde.

Dankzij hun aanwezigheid in het land, konden de organisaties snel optreden. Snelheid is inderdaad cruciaal. Tussen het optreden van de symptomen - hevige diarree, braken en buikpijn - en de dood zitten bij kinderen slechts drie tot vier uur. Zij maken dan ook ongeveer 30 procent uit van het totaal aantal sterfgevallen als gevolg van cholera.

Om een mogelijke spreiding van de ziekte naar de hoofdstad tegen te gaan worden preventieve boodschappen en informatie verspreid. . Als de ziekte de opvangkampen in de hoofdstad bereikt, kunnen de gevolgen desastreus zijn.

Het feit dat de epidemie losbarst in een regio die niet getroffen werd door de aardbeving van januari bewijst dat de extreme armoede, de zwakke gezondheidsstructuren en de nog gebrekkige watervoorziening de Haitiaanse bevolking bijzonder kwetsbaar maken.

Gepubliceerd op: 13 oktober 2021

Meer over dit onderwerp

Haïti, een maand na de aardbeving
© R.CREWS/ HI
Noodhulp

Haïti, een maand na de aardbeving

Een maand nadat een aardbeving het zuidwesten van Haïti opschrikte, zijn de humanitaire behoeften nog steeds immens. Meer dan 2.000 mensen kwamen om, 650.000 Haïtianen verkeren nog steeds in nood.

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.