Meteen naar de inhoud

Josil

Noodhulp
Haïti
“Ik wist niet echt wat een aardbeving was. Tot die twaalfde januari. Ik zag mijn nicht onder het puin liggen en verloor dan zelf het bewustzijn. Mijn familie heeft mij vanonder het puin gehaald en naar een ziekenhuis gebracht. Sinds dan leef ik op een ziekenhuisbed.”
Josil

“Ik wist niet echt wat een aardbeving was. Tot die twaalfde januari. Ik zag mijn nicht onder het puin liggen en verloor dan zelf het bewustzijn. Mijn familie heeft mij vanonder het puin gehaald en naar een ziekenhuis gebracht. Sinds dan leef ik op een ziekenhuisbed.”

De vele maanden revalidatie hebben er al voor gezorgd dat Josil geen pijn meer voelt en haar been alweer kan bewegen. Maar ze heeft nog een lange weg af te leggen. Ze heeft een ‘fixateur externe’ (een metalen raamwerk waarmee de botstukken na een botbreuk samen worden gehouden) en ze kan nog steeds niet zonder rolstoel of krukken.

Toch blijft Josil hoopvol. Elke dag start ze vol goede moed aan haar revalidatieoefeningen bij haar favoriete assistent-kiné, Rico, een Haïtiaan die door Handicap International werd aangeworven. Het is snel duidelijk waarom Josil geen andere begeleider wil. Rico daagt haar uit, verlegt haar grenzen en doet haar lachen.

En Josil heeft een goede reden om snel weg te willen uit het ziekenhuis. Ze heeft een vriendje die haar af en toe komt bezoeken. En ze wil zo snel mogelijk terug naar haar familie. Josil heeft vijf broers en een zus die momenteel in een geïmproviseerde tent naast hun tot puin herleide huis leven. Ze kan af en toe telefoneren, maar echt contact is er niet. Behalve met Mikenley.

Mikenley is negen jaar oud en het jongste broertje. Bijna dagelijks onderneemt hij op zijn eentje een tocht van twee uur om zijn zus te bezoeken: hij wandelt, springt op taxi’s of vraagt om een lift tot aan het ziekenhuis van Sarthe. Josil kan haar geluk nooit op als hij aan haar ziekenhuisbed verschijnt. Vaak blijft hij bij haar slapen als hij de weg terug niet meer ziet zitten. De broerzus-liefde is groot. ‘Thuis’ kan Mikenley trouwens toch niet veel meer doen dan op de brokstukken van zijn huis zitten en wachten tot er eens iets gebeurt. Hier kan hij door de zaal sjezen in de rolstoel van zijn zus (of als niemand het ziet de stoel uiteen halen en weer in elkaar prutsen, want misschien wordt hij later wel mecanicien). Hier deelt zijn zus haar eten met hem. En hier zijn er andere kinderen om mee te spelen. Dat zij op krukken lopen of een been missen kan hem niet schelen.

Josil wil graag studeren want ze wil verpleger worden en voor andere mensen hetzelfde te kunnen doen. En ze wil weer kunnen dansen. “Op mijn verjaardag in juli hebben we de ziekenzaal vol slingers gehangen. En ik heb gedanst. In mijn stoel weliswaar, maar het was zo leuk...
 

Meer over dit onderwerp

Oorlog in Nagarno-Karabach: maak een einde aan de bombardementen op bevolkte gebieden
Copyright Google Maps
Mijnen en andere wapens Noodhulp

Oorlog in Nagarno-Karabach: maak een einde aan de bombardementen op bevolkte gebieden

Handicap International kijkt met veel bezorgdheid naar het conflict in de regio Nagorno-Karabach in de Zuidelijke Kaukasus. Het geweld is er snel geëscaleerd, met de inzet van zware explosieve wapens in bevolkte gebieden door beide partijen. Burgerlevens worden er in groot gevaar gebracht. HI zet zich nog steeds in om een politieke verklaring tot stand te brengen tegen bombardementen in stedelijke gebieden, een praktijk die langdurige en zware humanitaire gevolgen heeft.

Eerste hulp bij de slachtoffers van de explosie
©Tom Nicholson / HI
Noodhulp

Eerste hulp bij de slachtoffers van de explosie

Veel inwoners van Beiroet raakten gewond bij de explosie op 4 augustus. Nada Baghdadi, 27 jaar, liep een ernstige beenbreuk op.

Psychologische "eerste hulp" voor 500 inwoners van Beiroet
©Tom Nicholson / HI
Noodhulp

Psychologische "eerste hulp" voor 500 inwoners van Beiroet

De explosies op 4 augustus hebben de hele bevolking in Beiroet met een trauma opgezadeld. De voorbije twee weken vingen de teams van Handicap International 500 personen op.