Go to main content

Marguerite

Noodhulp
Haïti
Iedereen in het ziekenhuis kent Marguerite (29 jaar) en haar schaterlach. Na haar amputatie heeft ze zich moedig op haar revalidatie gestort. Ze wil zo snel mogelijk terug naar haar twee kinderen die ze sinds ‘la catastrophe’ niet meer heeft gezien. Maar haar stomp geneest slecht en Marguerite weigert te aanvaarden dat ze misschien opnieuw geamputeerd moet worden...
Marguerite

Iedereen in het ziekenhuis kent Marguerite (29 jaar) en haar schaterlach. Na haar amputatie heeft ze zich moedig op haar revalidatie gestort. Ze wil zo snel mogelijk terug naar haar twee kinderen die ze sinds ‘la catastrophe’ niet meer heeft gezien. Maar haar stomp geneest slecht en Marguerite weigert te aanvaarden dat ze misschien opnieuw geamputeerd moet worden...

Marguerite stapt het ziekenhuis binnen. Haar krukken weergalmen in wat ooit een oude coca-cola fabriek was. Het zweet parelt op haar voorhoofd en haar vochtige T-shirt plakt om haar lijf. Het is er dan ook bloedheet: golfplaten versterken de zengende hitte van buiten en de ventilatoren brengen weinig soelaas. Naast de lucht is ook de sfeer er warm. Patiënten en personeel begroeten elkaar hartelijk: ze knuffelen, schudden handen, lachen. Ons kent ons. Vaak verblijven de patiënten al vele weken in het ziekenhuis waar ze met hulp van Handicap International Belgium en Artsen Zonder Grenzen kunnen genezen en revalideren.

Marguerite laat zich uitgeput op een stoel zakken. Voor wie met krukken loopt, is er best wat afstand tussen het ziekenhuis en de ‘Village’ waar Marguerite verblijft. De ‘Village’ is een tentenkamp naast het ziekenhuis waar patiënten wonen die niet meer in een ziekenhuisbed hoeven te liggen, maar nog dagelijks kinesitherapie nodig hebben. Vaak gaat het om mensen die werden geamputeerd en nu leren stappen met een definitieve of voorlopige prothese.

Maar Marguerite heeft vandaag haar voorlopige prothese niet aangedaan, want het doet te veel pijn. Haar stomp ziet er rood uit. Ze hoopt dat de ortho’s in het atelier het kunnen oplossen door gewoon wat meer spons aan haar prothese te bevestigen. Maar Isaline, een Belgische expat van Handicap International, heeft geen goed nieuws voor haar. Ze moet naar Christine, de dokter. Want misschien geneest haar stomp niet goed. Als dat zo is, is ze ver van huis en moet ze misschien een nieuwe operatie (een amputatie dus) ondergaan. Maar Marguerite doet alsof ze dat niet heeft gehoord. Ze wil graag met me praten.

Ze begint zelf meteen over ‘douze janvier’ en ‘la catastrophe’, de manier waarop Haïtianen verwijzen naar de dag van de aardbeving. Ze was in het huis van haar zus en lag te rusten op bed. Ineens was er een luide knal. De muur van haar slaapkamer stortte in. Zij viel uit het bed en kwam onder het puin terecht. Haar zus dacht dat ze dood was, maar ze kon luid genoeg schreeuwen zodat ze toch werd bevrijd vanonder het puin. Ze was zwaar gewond dus zochten ze hulp. Maar alle ziekenhuizen in de buurt waren ofwel volledig vernield ofwel bomvol. Er was chaos alom. Uiteindelijk hebben ze toch een ziekenhuis gevonden. Op 18 januari heeft een dokter haar been geamputeerd.

Marguerite had een winkeltje in cosmetische producten, zepen en verzorgingsproducten voor baby’s. Die winkel en het huis dat ze deelde met haar zus zijn gereduceerd tot puin. Haar twee zoontjes (11 en 7 jaar) wonen nu samen met haar zus op straat. Sinds de aardbeving heeft ze haar kinderen niet meer gezien, want ze wonen te ver van het ziekenhuis. Af en toe kan ze eens telefoneren. ‘Ik mis hen verschrikkelijk’, zucht ze. Haar zus heeft geen werk. Dag na dag proberen zij en de kinderen te overleven op straat. ‘Ik weet niet wanneer ik ze zal terugzien. En dat is het ergste. C’était la catastrophe.’

‘Vanmiddag is er repetitie voor ons toneelstuk’, verandert ze plots van onderwerp. ‘We spelen het met de mensen van de ‘village’. Ik speel ‘Julliette’. Mijn partner is helaas niet Romeo, maar ‘Robert’.” Ze schaterlacht. Ze houdt duidelijk van het leven in het dorp. De andere patiënten zijn hechte vrienden geworden. Ze spelen voetbal en ping-pong, doen samen hun oefeningen, tuinieren, schilderen en praten. ‘Ik hou vooral van voetbal.’ Ze recht haar schouders. ‘Ik was een heel goede verdediger vroeger.’

Christine, de dokter die haar zo meteen zal onderzoeken, steekt haar hoofd om de hoek en zegt dat ze er zo meteen aan komt. ‘Dat is zo’n sterke vrouw’, zegt Marguerite vol bewondering over de dokter. ‘Comme toi’, zeg ik. Ze lacht verlegen. ‘Oui, comme moi. Pour pouvoir vivre, il faut bouger.’ En dat heeft Marguerite altijd al gedaan. Vier jaar geleden heeft haar man haar verlaten voor een andere vrouw. Ze bleef alleen achter met de kinderen. Daarom is ze bij haar zus ingetrokken en een winkeltje begonnen. Nu moet ze opnieuw beginnen. Maar ze heeft dromen. Ze wil haar winkeltje weer opstarten en zo genoeg verdienen om haar kinderen een goede toekomst te bezorgen. En als dat niet lukt? Ze kijkt me lang aan. ‘Het moet lukken. Er is geen plan B.’

Isaline, de Belgische kiné, komt haar halen. ‘De dokter wacht.’ Maar Marguerite schudt koppig haar hoofd. ‘Ik wil terug naar de ‘village’.’  Het is duidelijk dat ze het nieuws dat boven haar hoofd hangt niet wil horen. Als ze echt weer moet worden geopereerd, moet ze weer helemaal opnieuw beginnen met de revalidatie. Tranen springen in haar ogen. Isaline slaagt er met engelengeduld in om haar te kalmeren. En weg is Marguerite, op naar de dokter.

Het is bijna middag en de hitte in de ziekenzaal wordt intussen ondraaglijk. Ik wandel door de enorme zaal die door panelen is ingedeeld in verschillende departementen: de radiologie, het operatiekwartier, de kinézaal, de slaapzalen, ... Even later zie ik Marguerite weer door het ziekenhuis pekkelen. Ze heeft een papier bij zich voor de radiologie. Ze lijkt tevreden, alsof de radiologie haar gelijk zal bevestigen, want de dokter wil maar niet geloven dat het goed gaat met haar en haar stomp. Maar op het moment dat de radioloog haar binnen roept, kan ze de angst in haar ogen moeilijk verbergen. Ik moet haar beloven straks naar de repetitie van het toneelstuk te komen kijken.

De ‘Village’ heeft zijn naam niet gestolen. De bewoners zitten er gezellig te keuvelen in de schaduw van hun ‘terras’ dat is opgevrolijkt met slingers. Maar genoeg geluierd, vinden Avély en Eswelt, twee slachtoffers van de aardbeving die eerst patiënt waren in Sarthe en daarna door Handicap International zijn gerekruteerd als animator. Tijd voor beweging: voetbal!

Daarna is het ernst: er moet gerepeteerd worden. Het is een toneelstuk over de rechten van vrouwen en mensen met een handicap in Haïti. De boodschap is meer dan duidelijk. “Papa, ik wil de vrijheid om zelf te kunnen kiezen”, zegt Veronica, de dochter met een handicap. Er wordt gelachen tijdens de repetitie. Maar de discussies laaien ook hevig op. “Dat moeten we weglaten! Dat lijkt nergens op!” Het toneelstuk wordt vrijdag, over drie dagen, voor het hele ziekenhuis opgevoerd. Dus het moet en het zal goed zijn.

De volgende dagen stijgt de spanning in de Village. Tussen hun revalidatiesessies door, zie je de bewoners alleen maar teksten uit het hoofd leren en repeteren. Als ik Marguerite vraag of ze al iets meer weet over haar stomp, slaat ze haar ogen neer en zwijgt ze koppig. Ze wil duidelijk maar aan één iets denken: het toneelstuk.

Ook bij het personeel groeit het enthousiasme rond het toneelstuk. Er wordt zelfs een klein podium getimmerd op het grote binnenplein van het ziekenhuis. Vrijdag. Eindelijk is het zover. De bewoners zien er op hun paasbest uit en zijn bloednerveus. Het gordijn (ook daar is aan gedacht) opent en de patiënten in het publiek applaudisseren aanmoedigend. Er wordt gelachen tijdens de opvoering. Maar er ook wordt ook aandachtig geluisterd naar de boodschap, zeker door de vrouwelijke patiënten. Ze weten immers welke moeilijke toekomst hen te wachten staat, eens ze uit het ziekenhuis worden ontslagen: ook zij zullen, net als Veroncia, moeten opkomen voor hun rechten. Want mensen met een handicap hebben geen benijdenswaardige plaats in de Haïtiaanse samenleving.

Na het stuk neem ik afscheid van Marguerite. Ze is blij dat het een succes was. Maar de tristesse, die het de laatste dagen steeds vaker haalt van haar enthousiasme, steekt weer de kop op. Ze wijst naar haar stomp en haalt haar schouders op. Zij was de enige bewoner die het stuk zonder prothese heeft gespeeld. Ze wil ‘la catastrophe’ zo snel mogelijk achter zich laten, weer kunnen stappen en haar kinderen, die ze vanmorgen aan de lijn heeft gehad, terug zien. De aardbeving heeft nu al lang genoeg kwaad aangericht.

Marguerite zal uiteindelijk nog een nieuwe wonde aan haar stomp krijgen, waardoor ze nog enkele weken in Sarthe moet blijven. Ze blijft weliswaar gespaard van een nieuwe amputatie. Intussen is ze weer verenigd met haar kinderen en probeert ze ondanks de extreem moeilijke omstandigheden een manier te vinden om te overleven.

 

Meer over dit onderwerp

Food for Peace: Voedselverdeling in Kasaï
© John Wessels/HI
Noodhulp

Food for Peace: Voedselverdeling in Kasaï

Teams van Handicap International (HI) hebben gedurende twee jaar voedselhulp geleverd aan de bevolking van Kasaï in de Democratische Republiek Congo. Tussen 1 augustus 2017 en 31 augustus 2019 verdeelde HI 2 zakken maïsmeel (elk 27 kg), 1 zak bonen, 1 blik olie en 1 zak zout onder 92 549 personen in Demba en Dimbelenge, twee regio's in de provincie Kasaï. 

"Ik beschouw mijn prothese als mijn eigen been"
© Davide Preti/HI
Revalidatie

"Ik beschouw mijn prothese als mijn eigen been"

Een infectie aan haar been na de aardbeving, kostte Maryse (44) bijna 10 jaar geleden haar rechterbeen. Haar handicap heeft haar echter niet kleingekregen.

Handicap International biedt noodhulp aan Venezolanen
© HI
Noodhulp

Handicap International biedt noodhulp aan Venezolanen

Colombia vangt meer dan een miljoen Venezolaanse vluchelingen op. Handicap International verleent noodhulp aan de bevolking.