Goto main content

Wanneer mijnen speelgoed worden

In de regio Choman, in het noorden van Mosoel, ligt het dorpje Sharkan. Het is een vallei die omgeven is door bergen met besneeuwde toppen. Met een schuchtere houding en een ontwijkende blik brengt Rabin Ibrahim thee en vertelt hij zijn verhaal.
Slachtoffer en moeder

In de regio Choman, in het noorden van Mosoel, ligt het dorpje Sharkan. Het is een vallei die omgeven is door bergen met besneeuwde toppen. Met een schuchtere houding en een ontwijkende blik brengt Rabin Ibrahim thee en vertelt hij zijn verhaal.

“Ik kan het me niet zo goed meer herinneren, want toen de mijn ontplofte, ben ik onmiddellijk gevlucht. Het is pas daarna dat ik te weten ben gekomen dat mijn grote broer en mijn neef omgekomen waren. Toen we in het begin de mijn vonden onder een steen, wilden we er enkel mee spelen. We wilden de loden kogels die in de mijnen zitten, eruit halen … om mee te spelen. Mijn broer heeft dus geprobeerd de mijn te openen met een metalen stang en daarna herinner ik me niets meer”. Dat gebeurde iets meer dan tien jaar geleden, juist boven zijn huis, in een hoog grasveld waar hij gewoonlijk met zijn broer speelde. Rabin tilt zijn broek op en toont de grote littekens op zijn benen. Hij is permanent gebrandmerkt door een spelletje dat eigenlijk heel normaal is in de buurt.

Nasrin, de moeder van Rabin Ibrahim, neemt zeer zelfverzekerd het woord. Het leger van Saddam Hoessein had tijdens de opstand haar echtgenoot al gedood. Tien jaar later moesten ook haar zoon en zijn neef het leven laten. Nasrin wil voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt. Ze legt haar toewijding aan Handicap International uit: “Na de dood van mijn oudste zoon wou ik vermijden dat deze tragedie zich herhaalde. Dat is de reden waarom ik deelneem aan de campagnes om landbouwers en kinderen te informeren over mijnen. We leggen hen de gevaren uit en tonen hen hoe het signalisatiesysteem werkt”. Ze loopt huizen, moskeeën en scholen in de omgeving af en neemt op die manier deel aan de sensibilisering van iedereen die dagelijks bedreigd wordt .
 

Gepubliceerd op: 14 september 2021

Meer over dit onderwerp

Haïti, een maand na de aardbeving
© R.CREWS/ HI
Noodhulp

Haïti, een maand na de aardbeving

Een maand nadat een aardbeving het zuidwesten van Haïti opschrikte, zijn de humanitaire behoeften nog steeds immens. Meer dan 2.000 mensen kwamen om, 650.000 Haïtianen verkeren nog steeds in nood.

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.