Landmine Monitor 2018

2017: Voor het derde jaar op rij veel slachtoffers door landmijnen

  • Irakese kinderen en volwassenen in een bus nemen deel aan een sensibiliseringsactie van Handicap International.
  • Twee jongens, volledig gekleed in het wit, zitten onder een boom. Eén van de jongens heeft een geamputeerde hand.

De Landmine Monitor 2018 meldt voor het derde jaar op rij ontzettend veel slachtoffers veroorzaakt door landmijnen, vooral dan geïmproviseerde explosieve toestellen (IED) en explosieve oorlogsresten (ERW). The Monitor registreerde 7,239 slachtoffers door mijnen/ERW in 2017.

Nadat de cijfers bijna 15 jaar lang daalden, nam het aantal slachtoffers voor het eerst weer toe in 2014, met 3993 slachtoffers. De stijging valt voornamelijk te wijten aan geïmproviseerde mijnen in Afghanistan, Syrië, Irak en andere conflictgebieden. Naar aanleiding van de bijeenkomst - van 26 tot 30 november in Geneve - van partijstaten van het Ottawaverdrag, dat het gebruik van landmijnen verbiedt, roept Handicap International (HI) de overheden op om meer aandacht te bieden aan slachtofferhulp na de dramatische stijging van de voorbije 3 jaar.

De Monitor geeft aan dat het aantal slachtoffers door landmijnen – industrieel of geïmproviseerd – en explosieve oorlogsresten uitzonderlijk hoog bleef in 2017, met 7 239 geregistreerde gevallen. Na 6 967 slachtoffers in 2015 en 9 437 in 2016, ligt het aantal slachtoffers voor het derde jaar op rij heel hoog. Aangezien het in bestaande conflictgebieden moeilijk is om gegevens te verzamelen, ligt het reële cijfer waarschijnlijk veel hoger. 

Burgers en kinderen betalen hoogste tol

Het hoge aantal valt voornamelijk toe te schrijven aan de landen waar gewapende conflicten of inheems geweld heersen. Afghanistan kent het hoogst aantal slachtoffers (2 300), gevolgd door Syrië (1 906), Oekraïne (429) en Irak (304). In totaal telde de Monitor slachtoffers uit 53 landen en gebieden over de hele wereld. Geïmproviseerde mijnen maakten 2 716 slachtoffers in 2017: het hoogste aantal sinds het eerste rapport van de Monitor in 2000. Er werden slachtoffers geregistreerd in 18 landen, voornamelijk Afghanistan (1 093) en Syrië (887). 

Burgers blijven de grootste slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten: 87% van de slachtoffers zijn burgers, waarvan net niet de helft (47%) kinderen. In totaal maakten mijnen en explosieve oorlogsresten onder kinderen 2 452 slachtoffers. 

De Monitor bevestigt het nieuwe gebruik van landmijnen door het regeringsleger in Myanmar tussen oktober 2017 en oktober 2018. Andere gewapende groepen gebruikten ook landmijnen, inclusief geïmproviseerde mijnen, in minstens 8 landen: Afghanistan, Colombia, India, Myanmar, Nigeria, Pakistan, Thailand en Jemen.

Meer aandacht nodig voor slachtofferhulp

Een grote aanwezigheid van landmijnen en andere explosieven brengt duizenden levens in gevaar tijdens maar ook nog lang na het einde van conflicten. Nog steeds zijn 60 landen en gebieden verontreinigd door deze gevaren. Handicap International roept alle staten op om ontmijningsacties, sensibilisering en slachtofferhulp als een absolute prioriteit te beschouwen in deze gebieden. 
Internationale en nationale financieringen voor ontmijningsacties stegen in vergelijking met het jaar voordien met 36% naar 771,5 miljoen dollar. De steun voor slachtofferhulp blijft daarentegen bijzonder laag, amper 2% van de totale financiering gaat naar slachtofferhulp. De huidige fondsen volstaan niet om de sterk stijgende vraag van de voorbije jaren te dekken. HI vraagt de internationale gemeenschap om onmiddellijk actie te ondernemen om de situatie te keren.

De Landmine Monitor 2018 brengt verslag uit van de toepassing in 2017 van het Ottawaverdrag, dat het gebruik, de productie, de opslag en het transport van landmijnen verbiedt.