Alua Noy, leven na de oorlog

  • Alua Noy, leven na de oorlog
  • Alua Noy, leven na de oorlog

Alua Noy voelt zich nog prima op zijn 58ste, ondanks het feit dat hij een prothese draagt aan zijn rechterbeen, een teken dat het leven hem niet gespaard heeft. Deze landbouwer woont in een stevige paalwoning een beetje buiten het centrum van het dorp Asingsinli, in het district Xepone.

“Ik heb dit huis zelf gebouwd met hulp van de buren. Ik verbouw rijst en heb drie koeien, drie varkens en kippen. Ik ben drie keer getrouwd geweest. Mijn twee eerste echtgenotes zijn overleden. Ik heb drie kinderen gekregen met mijn eerste echtgenote: drie jongens en een meisje.” Alua Noy heeft duidelijk geen gemakkelijk leven gehad. Maar alles wijst erop dat hij de man er niet naar is om de schouders te laten zakken.

Zijn blik vertroebelt wanneer hij vertelt over het ongeluk dat hem overkwam in de periode dat de gevolgen van de Vietnamoorlog voelbaar waren tot in Laos. “Het gebeurde in 1967, tijdens de oorlog. Ze kwamen naar de dorpen om mannen uit te zoeken die mee zouden kunnen gaan met de soldaten. Ik werd uitgekozen om een groep van tien Vietnamese soldaten te volgen. Op een dag liep ik op een mijn. Ik raakte mijn been kwijt en kreeg scherven in mijn arm.

Bewusteloos werd hij overgebracht naar een kamp om er verzorgd te worden door een medisch team dat uit een arts en verplegers bestond. Daar bleef hij twee maanden lang voordat hij terugkeerde naar zijn dorp. “Mijn eerste prothesen knutselde ik zelf in elkaar met restanten van obussen”, vertelt hij geamuseerd. En hij begint in zijn kasten te rommelen om een van die oude prothesen terug te vinden. “Ik heb zulke prothesen gebruikt tot 1997. Daarna heb ik vernomen dat er een centrum is dat hulpmiddelen vervaardigt in Savannahket. Daar ging ik dus naartoe. Degene die ik aanheb, draag ik al sinds 2004.”

De prothese vertoont inderdaad slijtageverschijnselen. Het team dat Handicap International naar het dorp Asingsinli stuurde, heeft hem dan ook aangeraden om gauw een vervangstuk te komen halen. Deze prothese heeft de man broodnodig om zijn dagelijkse taken te kunnen uitvoeren, ook al kan Alua Noy niet alles meer doen op het veld. “Het rijstveld kan ik niet meer bewerken. Mijn vrouw, mijn zoon en mijn schoondochter houden zich hiermee bezig. Maar ik verbouw groenten die als voedsel dienen voor de varkens. En ik doe ook aan schrijnwerkerij. Ik kan niet werkloos blijven stilzitten. Onmogelijk!” Vooral omdat het er niet goed uitziet voor de rijstoogst dit jaar. “We hebben problemen met het weer. De temperatuur was niet goed. We zullen niet genoeg rijst kunnen oogsten om de familie een heel jaar lang te voeden.” De Vietnamezen gaven het advies om rubberbomen te planten. Maar we moeten nog wachten tot ze zijn gegroeid.

Een kind komt achter hem zitten terwijl hij aan het praten is. Het jongetje, zijn kleinzoon, moet zo’n zeven jaar oud zijn. De man kijkt naar het kind. “School is nuttig om te leren leren en schrijven. Hij zal naar de school voor minderheden in Xepon gaan waar hij Lao en Loum zal leren.” De bewoners van de regio maken deel uit van een etnische minderheid en maar weinigen van hen begrijpen de officiële taal van het land, Lao leum. Het brengt hen in een cultureel isolement dat de problemen waar deze bevolkingsgroepen mee geconfronteerd worden, nog vergroot. “Ik wil dat mijn kleinkinderen een beter leven krijgen dan ik. Daarom sta ik erop dat ze naar school gaan. Ik wil niet dat ze dezelfde stommiteiten uithalen als ik.”
Een van die ‘stommiteiten’ is het recupereren van metaal afkomstig van niet-ontploft oorlogstuig dat je in deze streek -die zwaar werd gebombardeerd tijdens de Vietnamoorlog- overal kunt vinden in de jungle. “Ik heb de kinderen van de familie geleerd dat ze geen niet-ontploft oorlogstuig mogen verzamelen omdat dit gevaarlijk is. Als ze naar mij kijken, zien ze direct wat voor gevolgen dit kan hebben. Ik wil niet dat ze zoals mij worden. Leven met een handicap is moeilijk
.”