Roqaya, overlevende van een bomaanval

Explosief tuig is het meest gebruikte wapen in het Syrische conflict en zorgt in woongebieden - waar 3/4 van de ongevallen plaatsvinden - voor enorme aantallen burgerslachtoffers. Een van hen is Roqaya. Als ze praat, klinkt ze eerder zakelijk. Maar wat ze vertelt, is bijzonder aangrijpend.

[Verander de beeldkwaliteit via de band onderaan de video en druk op het CC-teken voor Nederlandse ondertitels]

Op het eerste gezicht verschilt de 14-jarige Roqaya niet van andere tienermeisjes: gekleed in trendy jeans en sneakers zit ze in de sofa, tokkelt ze druk op haar smartphone en scrolt ze doorheen haar newsfeed op Facebook.

Wanneer ze praat, lacht ze lichtjes verlegen. Opnieuw niets bijzonders. Maar wanneer haar woorden tot je doordringen, begint het te dagen dat haar kalme zelfverzekerdheid opmerkelijk is. Dat het zelfs opmerkelijk is dat ze hier zit.

Roqaya woont in een dorp in het noorden van Jordanië, op enkele kilometers van de grens met Syrië. Ze is een van de meer dan 600.000 Syrische vluchtelingen in het land.

Zwaargewond

"Mama en ik waren thuis”, vertelt ze zachtjes. “We waren aan het telefoneren. Plots ontplofte een granaat vlakbij. Mama overleefde het niet. Ik raakte gewond. Ik verloor het bewustzijn en toen ik weer wakker werd, lag ik in het ziekenhuis hier in Jordanië."

Roqaya's zakelijke reconstructie van de feiten staat in schril contrast van de dramatische gevolgen ervan, voor haar mama en voor zichzelf. Roqaya raakte immers zwaargewond: haar beide benen werden tot aan de knie geamputeerd. Ze wist niet eens of ze ooit nog zou kunnen lopen.

Niet lang nadat ze haar eerste behandelingen had gekregen in een Jordaans ziekenhuis, werd ze doorverwezen naar Handicap International. Onze kinesitherapeuten begeleidden haar bij haar herstel met een kinebehandeling én regelden op maat gemaakte protheses.

Nu, nog geen jaar later, kan ze opnieuw zelfstandig stappen. "In het begin was ik bang dat ik nooit meer zou kunnen stappen", zegt Roqaya. "Daarna, toen ik mijn nieuwe benen kreeg, was ik bang dat ze te zwaar voor me zouden zijn. Maar ik heb een sterke wil. Intussen kan ik terug normaal stappen. Dat is wat ik wil: gewoon rondlopen, werken en alles kunnen doen wat ik in Syrië deed voor de ontploffing."