Nog meer positieve indrukken

afbeelding van Catherine Billiau

Woensdag 29 april Vandaag staan er verschillende bezoeken aan verenigingen die Handicap International steunt, op het programma. In Buganda, op zo’n anderhalf uur rijden van Bujubura, gaan we langs bij een houtbewerkingsatelier. Tussen de houtkrullen, materiaal en half afgewerkte deuren, ramen en bedden, zijn verschillende mannen in de openlucht aan het werk. De meesten van hen hebben een handicap aan de onderste ledematen. Er wordt luidruchtig gelachen en gebabbeld. Dertien mensen met een handicap hebben een inkomen dankzij deze Association pour l’Auto-Développement des Personnes Handicapées de Buganda. De meubels, ramen, deuren, schoolbanken en ander houtwerk worden verkocht aan organisaties en particulieren. ‘Ik ben blij dat ik hier kan werken zodat ik ten minste mijn zeven kinderen te eten kan geven’, zegt Jonathan Bigirimana (35), die aan polio lijdt.

Vroeger, voor de oorlog, woonden we in de heuvels en leefden we van het stukje land dat mijn vrouw bewerkte. Maar we moesten vluchten voor de rebellen. We bezitten hier niet genoeg grond om rond te komen van de landbouw.’ Onderweg naar de volgende afspraak, passeren we een rietverkoper die in een driewieler aan de weg langs het Tanganykameer zit. We stoppen even voor een babbeltje. Mannasé vertelt dat hij anderhalf jaar geleden riet aan het kappen was in de Rusizi-rivier, aan de Congolese grens. Plots werd hij aangevallen door een nijlpaard. De man is blij dat hij het nog kan navertellen, ook al moet hij verder door het leven met een handicap. Iets verderop stoppen we bij een openluchtrestaurant voor een brochette van geit met blokjes maniokpasta. Wanneer een van onze begeleiders zich druk maakt omdat de ‘veterinaire’ zo lang wegblijft, fronsen Dieter en ik even de wenkbrauwen. De ‘dierenarts’ blijkt de man te zijn die de brochettes maakt…

Onze volgende halte is een naai-atelier in de stad dat gerund wordt door dove mensen. Druk gesticulerend overleggen ze over het patroon voor een hemd. Mijn interview met een van de dove naaisters is een ware uitdaging op communicatiegebied. Ik stel mijn vraag in het Frans, waarop deze vertaald wordt in het Kirundi en vervolgens in gebarentaal, waarop het antwoord de omgekeerde weg volgt en ik in het Nederlands noteer... ‘Particulieren kunnen hier eender welk kledingstuk op maat laten maken’, zegt naaister Sidom Nduwimana (20). ‘Maar we hebben niet veel klanten. Omdat we doof zijn, kunnen we onze kleren moeilijk op de markt gaan verkopen. Mensen kampen bovendien met vooroordelen. Ze denken dat dove mensen niets kunnen.’

Jean-Bosco, een man die we tijdens ons bezoek aan het volgende project ontmoeten, is nochtans nog maar eens het levend bewijs dat mensen ondanks hun handicap tot geweldige prestaties in staat zijn. Een oogziekte, glaucoom, maakte de man langzaam blind. Zijn zicht is hij verloren, maar zijn strijdvaardigheid niet. Als voorzitter van de Association Nationale des Aveugles du Burundi (AAVEBU) doet Jean-Bosco er alles aan om de financiële en praktische middelen te vinden om blinde en slechtziende mensen vooruit te helpen in het leven. En alsof dat nog niet genoeg is, vangt hij thuis zes oorlogswezen op die samen met zijn drie kinderen opgroeien. Een van de verwezenlijkingen van de vereniging is een landbouwproject voor blinden en slechtzienden. Samen met valide mensen verbouwen zij groenten en fruit.

De oogst wordt verdeeld onder de families van blinde mensen en allen die hebben meegeholpen. We kunnen met onze eigen ogen zien dat het systeem goed werkt: ziende mensen vertellen blinden en slechtzienden waar ze tussen de maniokplantjes moeten schoffelen. Handicap International zal de vereniging later dit jaar het materiaal bezorgen om tomatensaus, vruchtensap, deegwaren en maniokmeel te produceren en compost te maken. Wat niet door de gezinnen wordt geconsumeerd, zal verkocht worden om blinden en slechtzienden een extra inkomen te verschaffen.

Optimistisch gestemd door alles wat ik vandaag gezien heb, kom ik terug op het bureau aan. Daar confronteert programmadirecteur Caroline me echter meteen weer met de harde realiteit. Ze vertelt me dat ze vanmiddag in een hospitaal was waar verlamde mensen aan hun lot overgelaten worden. Sommigen liggen al twee jaar in een bed zonder dat er iemand naar hen omkijkt. Het team zal proberen om opvang te vinden voor deze mensen in een van de revalidatiecentra.