Grimmig straatbeeld maar hartelijke ontvangst

afbeelding van Eric Weerts

De reis verloopt zonder enige problemen tot in Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek die grenst aan Haïti. We komen daar rond middernacht aan. We worden opgevangen door de lokale medewerkers die ons naar Port-Au-Prince zullen brengen. Na een korte nacht van drie uurtjes slaap begint de busreis van negen uur. Omdat de luchthaven in Port-Au-Prince overbelast is zitten we samengepakt met ander collega’s: chirurgen, verpleegsters, logistieke medewerkers en psychologen die als één team de zaken op samen zullen aanpakken. Het is vooral die samenwerking tussen iedereen die het succes garandeert en die het verschil zal maken voor het leven van de slachtoffers. Het straatbeeld na de grensovergang tussen de Dominicaanse Republiek en Haïti wordt grimmiger: vrachtwagens volgeladen met goederen, loeiende sirenes, auto’s met gewonde mensen, Haïtianen die de grens willen oversteken voor verzorging en opvang... . Na een desolaat landschap van vernielde huizen en straten worden we verwelkomd door de lokale medewerkers die ons met de beste opvang omringen en ons de slaapvertrekken toewijzen. Ik sta verbaasd dat ze hiervoor de energie hebben na al wat ze al hebben doorgemaakt. Het deel van de stad waar we verblijven is minder zwaar getroffen maar er is ook geen stromend water en winkels en kraampjes zijn allemaal gesloten. Het zijn vooral de lokale Haïtianen die ons respect afdwingen om toch altijd vriendelijk, behulpzaam en met een glimlach er alles aan doen om het ons gemakkelijk te maken. Vele onder hen hebben familieleden verloren, hun huis, er is veel onzekerheid over hun toekomst. Ik probeer wat te slapen want het is zeer laat.