Goto main content

‘Om een inclusieve samenleving te bouwen, moet je starten met inclusief onderwijs’

Integratie
België

Sandra Boisseau, experte bij Handicap International, over de aanpak en het belang van inclusief onderwijs.

Malika leest braille uit een aangepast schrift.

De 10-jarige Malika woont in Niger en is slechtziend. HI overtuigde haar ouders om naar school te gaan, voorzag het nodige materiaal en een cursus voor braille en voor het gebruik van aangepaste computers. Ze krijgt ook persoonlijke ondersteuning. Malika zit ondertussen in het tweede leerjaar. | © J. Labeur / HI

Inclusief onderwijs, het onderwerp van een debat dat van tijd tot tijd nog eens de kop opsteekt in Vlaanderen. Van M-decreet naar leersteundecreet: het beleid verandert geregeld en de meningen erover zijn verre van eenlijnig. En de resultaten, die volgen helaas niet altijd. Is onderwijs inclusief maken dan zo onhaalbaar? Voor Handicap International is het één van de speerpunten binnen haar projecten. Sandra Boisseau, experte in inclusief onderwijs, legt ons uit hoe de ngo meer kinderen met een handicap naar het reguliere onderwijs stuurt.

Inclusief onderwijs, hoe pakt Handicap International dat aan?

Wel, we werken op drie verschillende niveau’s. Vooreerst op het niveau van de gemeenschap: via de bewustmaking van ouders, families en hele gemeenschappen proberen we de houding tegenover personen met een handicap te veranderen. We laten hen begrijpen dat ook kinderen met een handicap uiteraard naar school kunnen en kunnen bijleren, net als eenieder ander kind. Daanaast werken we op schoolniveau via het voorbereiden en toegankelijk maken van scholen onder meer door opleidingen voor leerkrachten en schooldirecteuren. Ten slotte werken we op het niveau van het onderwijssysteem: hoe kunnen we het onderwijsbeleid op nationaal niveau inclusiever maken?

Hoe bereid je een school voor?

De eerste stap in het hele proces is de kinderen met een handicap identificeren. Natuurlijk betekent dit niet dat we gewoon een vakje ‘kind met handicap’ aankruisen. We identificeren al hun noden, wat er ontbreekt bij de school in kwestie en wat er moet veranderen zodat het kind niet alleen naar school kan gaan, maar er ook blijft. Het kind staat in het midden van onze interventie, altijd. Neem bijvoorbeeld een kind met een visuele beperking. Vooreerst zullen we langsgaan bij een dokter en eventueel een bril voorzien, maar dat is uiteraard niet genoeg. Dit kind heeft ook een persoonlijke begeleider nodig die het helpt in zijn of haar leerproces.

Klinkt allemaal eenvoudig, maar is het dat ook?

Vele plaatsen waar we actief zijn, zijn zeer afgelegen locaties. In Tsjaad, Burkina Faso, Mali en Niger werken we niet enkel in de hoofdsteden, maar ook in geïsoleerde regio’s waar bepaalde diensten niet aanwezig zijn. Wat betreft persoonlijke begeleiding zijn we daarom zelf gestart met pilootprojecten. Die doen we enige tijd om te tonen dat de werkwijze efficiënt is, dat het goede resultaten voortbrengt en dat de ministeries van onderwijs het na 5 of 10 jaar overwegen en integreren in het schoolsysteem.

Hoe lukt dat organisatorisch allemaal?

We werken niet op ons zelf, maar wel hand in hand met lokale organisaties, vooral organisaties voor personen met een handicap. Een opleiding voor leerkrachten wordt soms georganiseerd door Handicap international, maar net zo goed door een lokale organisatie die de juiste expertise heeft. We brengen alle mogelijke partners in kaart om te kijken waar er potentiële samenwerkingen mogelijk zijn. Een nieuwe uitdaging voor ons is dat de hoofdverantwoordelijkheden niet bij ons blijven, maar naar de lokale partners en het ministerie van onderwijs verschuiven. Niet gemakkelijk, maar belangrijk voor de duurzaamheid van het project en echt wel ons grootste doel.

Zie je gelijkenissen tussen de landen waar HI actief is en België?

Als er gesproken wordt over onderwijs voor kinderen met een handicap, in België, net als in andere landen, dan gaat het meestal over buitengewoon onderwijs. Er wordt in de eerste plaats niet gedacht aan een plek in een reguliere school. Buitengewoon onderwijs in België is meer uitgebouwd, wat voor meer mogelijkheden zorgt. Het aantal kinderen met een handicap dat niet naar school gaat is hierdoor een pak lager in België dan in de landen waar Handicap International actief is. Maar de barrières voor deze kinderen zijn in elk land exact dezelfde. Waarom zit een groot deel van de kinderen met een handicap geconcentreerd in scholen voor buitengewoon onderwijs? In bepaalde gevallen is daar een goede reden voor, maar meestal zit een kind daar omwille van de verkeerde redenen. De oorzaak? De foute houding tegenover kinderen met een handicap en een gebrek aan kennis.

Ik praat hier soms over met leerkrachten in en rond Brussel. Ik krijg bijna altijd hetzelfde gevoel: leerkrachten zijn bang, omdat ze geen kennis hebben van handicaps in het algemeen. Ze denken meteen: ‘dit zijn enorme verantwoordelijkheden’. Maar we weten allemaal dat kinderen met een handicap niet allemaal gelijk zijn en niet allemaal dezelfde noden hebben. Integendeel. Het gaat meer om de manier van lesgeven en de tools waarover je beschikt. Als je goed opgeleid bent, dan snap je dat het perfect mogelijk is.

Je moet ook de ouders van de andere kinderen in de klas integreren in het proces, want het zijn zij die dikwijls negatief ingesteld staan tegenover de inclusie van een kind met een handicap: ‘Dit zal het niveau van de school naar beneden halen’, is een vaakgehoord argument.

Het blijft in sommige gevallen een extra taak voor de leerkracht. Hoe lost Handicap International dit op?

Op dit moment werken we met zogenaamde ‘mobiele leerkrachten’ in Togo, Burkina Faso, Nepal en Mali. We zijn gestart met een aantal kinderen toen ze naar het eerste leerjaar van het basisonderwijs gingen. Nu gaan ze naar het middelbaar onderwijs. Dus het toont aan dat zij vooruitgang hebben geboekt. In Togo zijn we gestart met een pilootproject met drie mobiele leekrachten die de nodige opleidingen hebben gekregen. Nu zijn ze met 35, allen betaald door het Togolees ministerie van onderwijs en dus volledig geïntegreerd in het bestaande schoolsysteem. En niet langer enkel in de regio van het pilootproject, maar ook in de rest van het land. Heel wat kinderen krijgen nu persoonlijke ondersteuning van deze mobiele leerkrachten.

Een geslaagd en duurzaam project dus?

Absoluut. Toen ik de laatste keer in Togo was, werd ik verrast door het feit dat de slechtziende kinderen die ondersteund werden door een mobiele leerkracht, na zo’n drie, vier jaar zelfstandig werden. Ze hadden braille geleerd en konden autonoom verder. Toch bleef de school beroep doen op de mobiele leerkrachten, want na verloop van tijd merkten de leerkrachten dat ook kinderen met leerproblemen, die oorspronkelijk niet geïndentificeerd waren als kinderen met een handicap, erop vooruitgingen. Eenmaal het slechtziende meisje zelfstandig was, verschoof de hulp gewoon naar andere leerlingen.

Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om te gaan voor inclusieve scholen?

Als je kinderen al vanaf jonge leeftijd plaatst in gesegregeerde scholen dan zullen ze als volwassene niet in staat zijn om verschillen te begrijpen. In inclusieve scholen begrijpen en aanvaarden kinderen elkaars verschillen veel beter. Om een inclusieve samenleving te bouwen, moet je starten met inclusief onderwijs. Dat is het beginpunt en dat is waarom het zo belangrijk is.

 

Gepubliceerd op: 27 september 2023

Meer over dit onderwerp

Recordaantal deelnemers op de 20km door Brussel (AFTERMOVIE)

Recordaantal deelnemers op de 20km door Brussel (AFTERMOVIE)

373 lopers handbikers, rolstoelgebruikers, lopers en wandelaars zamelden geld in voor Handicap International

Op naar een werkvloer met minder drempels en meer kansen
© RAKOTONDRAPARANY D. NJARA / HI
Integratie

Op naar een werkvloer met minder drempels en meer kansen

Wereldwijd zijn er 386 miljoen mensen met een handicap meerderjarig en dus oud genoeg om te werken. Toch is 80% van hen niet aan de slag.

Koude, maar hartverwarmende Antwerp 10 Miles

Koude, maar hartverwarmende Antwerp 10 Miles

Voorbije zondag 21 april 2024 stond Handicap International opnieuw aan de start van Vlaanderens grootste loopevent.