Goto main content

2 – Een rotstreek voor de vissen

Deel 2 van de zomerreeks met Didier Demey

Pak Il Mun

Pak Il Mun | HI

Terug naar het overzicht

Noord-Korea - 2004

Noord-Korea ... hoe moet ik dat uitleggen? Het is een plek die je moet beleven, erover vertellen is heel wat moeilijker. Ik ga toch een poging wagen.

We bevonden ons in een orthopedisch centrum in het oosten van het land (in Hamhung), waar we protheses en meer vervaardigden uit plastic, metaal en schuim. Vervolgens werkten we met de kinesitherapeuten aan het opnieuw leren wandelen van mensen. Op een eerder koude en vochtige dag – ik maakte de fout om er in de winter naartoe te gaan – kwam Pak Il Mun aan. Hij vertelde ons hoe hij zijn been verloren had. En dit is wat er gebeurde:

Hij droeg met veel trots een dikke mantel die alle winters in Mantsjoerije moet overleefd hebben sinds de dood van Dzjengis Khan. Hij droeg een bontmuts en had een katana, een samoeraizwaard, getatoeëerd op de kuit van zijn linkerbeen.

Hij had veel te vertellen: hij zei dat hij een visser was. Hij stond vroeg op, wanneer de dag nog nacht was, deed zijn mantel aan, ging naar buiten en rookte een sigaret op een muurtje terwijl hij naar de ijzige hemel staarde. Daarna vertrok hij naar de haven.

Toen vertelde hij het volgende: “Het was de maand december, die in 2001. In de winter, geloof het of niet, komen de vissen niet graag dicht bij de kust. We moesten ver uitvaren om onze netten uit te gooien. Maar de wind op zee gaf onze boot zin om terug naar de haven te keren. Soms moet je weten hoe je met de boten moet praten op een stevige manier, en dat is de taak van de kapitein; hij is degene die schreeuwt, harder dan de wind, en neen, we blijven daar ondanks de de deining en de golven.

Als het een jonge boot is, moet je echt een luide stem en kracht in je armen hebben om haar rustig te houden. Maar we hadden een boot met ervaring en een kapitein die wist hoe hij met haar moest praten en zich in een paar woorden verstaanbaar moest maken. Dat zat dus wel goed, de boot was kalm en de wind ging liggen.

We gooiden de netten uit. Toen wachtten we. Ik vertelde de jongens verhaaltjes over drinkpartijen en gevechten bij dozijnen, dat vinden ze leuk als ze ver van de kust zijn, het stelt hen gerust. De wind moet mijn verhalen ook leuk gevonden hebben, want die kwam terug. We konden horen hoe hij de boot echt wilde overtuigen of bang maken. De kapitein sprak dus weer nieuwe woorden tegen de boot, hij zei niet naar de wind te luisteren omdat die net als de sirenes is, die kunnen enkel liegen ... 

Toen brak de strijd echt los. De wind tegen de kapitein, beiden vroegen ze het schip om hen te gehoorzamen. En ondanks al zijn ervaring wist het schip niet wie hij moest vertrouwen. Het schip ging heen en weer. Ik vertelde de jongens dat we de netten moesten uithalen, dat we snel moesten zijn en dat de netten leeg moesten zijn omdat de vissen ook niet van wind en onstuimige zeeën houden. We gingen aan dek. We begonnen de netten aan boord te slepen toen een kabel zich om mijn been slingerde. Ik voelde een brandwond, daarna niets meer. Ik stond nog steeds rechtop, maar de kabel had mijn been meegenomen en overboord gegooid in het water. Ik had die ochtend geen propere sokken aangedaan, en de vissen zullen het geweten hebben.”

Terug naar het overzicht
 

Gepubliceerd op: 14 september 2021

Meer over dit onderwerp

Haïti, een maand na de aardbeving
© R.CREWS/ HI
Noodhulp

Haïti, een maand na de aardbeving

Een maand nadat een aardbeving het zuidwesten van Haïti opschrikte, zijn de humanitaire behoeften nog steeds immens. Meer dan 2.000 mensen kwamen om, 650.000 Haïtianen verkeren nog steeds in nood.

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.