4 april – Internationale Dag tegen Mijnen

Prinses Astrid betuigt steun

Syrië zwaar getroffen door mijnen en niet-ontplofte tuigen

Brussel, 4 april 2013. Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Mijnen veroordeelt Handicap International het gebruik van deze meedogenloze wapens en roept ze op tot onmiddellijke maatregelen om de Syrische burgers te beschermen. Syrië is het enige land ter wereld dat sinds het begin van 2012 antipersoonsmijnen inzet. De Belgische prinses Astrid heeft haar steun betuigd aan de slachtoffers van mijnen door symbolisch een van haar broekspijpen op te rollen. In het kader van de actie “Lend your leg” treden duizenden mensen wereldwijd in haar voetsporen en bootsen ze dit gebaar na.

In 2006 riepen de Verenigde Naties 4 april uit tot “internationale dag voor de bewustwording over en de bestrijding van mijnen”. In dat kader organiseert Handicap International de bewustwordingscampagne “Lend your leg”. De organisatie stelt daarmee ook de Syrische situatie aan de kaak.

Prinses Astrid rolt broekspijp op voor slachtoffers

« Lend your leg » is een internationale campagne die gesteund wordt door de Verenigde Naties. De campagne nodigt het publiek uit om de slachtoffers van mijnen een hart onder de riem te steken door zich te laten fotograferen met een opgerolde mouw of broekspijp. Een sterk symbolisch gebaar dat ook prinses Astrid niet onberoerd liet: tijdens de opening van de tentoonstelling “Mijnen, verraderlijke wapens” (te bezichtigen tot 28 juni in het Koninklijk Museum van het Leger in Brussel) legde ze haar been gewillig vast op plaat. Er volgde bovendien nog een bijzondere ontmoeting tussen de prinses en Umedjon Naimov, die strijd voert tegen mijnen nadat hij er op twaalfjarige leeftijd zelf het slachtoffer van werd.

Handicap International roept iedereen op “Lend your leg” te steunen door foto’s te uploaden via de website van de ngo of via haar Facebookpagina: http://www.handicapinternational.be/nl/lend-your-leg.

Mijnen: een pijnlijke realiteit in Syrië

De Syrische kwestie toont pijnlijk aan dat mijnen en de daaruit vloeiende problemen nog steeds brandend actueel zijn. Syrië is het enige land ter wereld dat in 2012 mijnen heeft gebruikt. Handicap International roept de internationale gemeenschap op om deze onaanvaardbare toepassing stellig te veroordelen en de actoren ter plaatse te helpen om snel maatregelen te treffen die de bevolking beschermen.

Het Syrische bewind windt er trouwens geen doekjes om: op 1 november 2011 zei een vertegenwoordiger van het Syrische leger “dat Syrië talrijke maatregelen had getroffen om haar grenzen te bewaken, waaronder het gebruik van mijnen”. Het Landmine Monitor Report van 2012 bevestigt dat mijnen worden gebruikt aan de grens met Turkije (nabij Hasanieih, Derwand, Alzouf, al-Sofan, Armana, Bkafla, Hatya, Darkosh, Salqin en Azmairin) en met Libanon (al-Buni, Tall Kalakh, Kneissi, El-Heet en Masharih al-Qaa). Het rapport vermeldt eveneens dat niet-staatsgebonden gewapende groepen herhaaldelijk gebruik maken van geïmproviseerde explosieven (molotovcocktails en tuigen die vanop een afstand tot ontploffing gebracht worden).

Sinds het begin van het conflict vormen mijnen en niet-ontplofte tuigen, die achterbleven bij zware bombardementen, vooral in de stedelijke gebieden een enorm risico. De burgers ter plaatse zijn voortdurend blootgesteld aan een onzichtbare maar dodelijke dreiging. De burgers die na de gevechten terug naar huis zullen keren, staat hetzelfde gevaar te wachten.

”Door het buitenproportionele geweld en de enorme verspreiding van niet-ontplofte wapens en mijnen is er een schrijnende nood aan ontmijning en risicovoorlichting”, zegt Marion Libertucci, beleidsmedewerker bij Handicap International. ”Onze ervaring in ontmijning en preventie in 47 landen leert ons dat het gevaar gedurende meerdere jaren na het einde van het conflict zal aanhouden. Bovendien hebben we slechts gedeeltelijk zicht op de werkelijkheid, aangezien we geen toegang hebben tot alle getroffen gebieden. Wat we later zullen ontdekken, kan onze meest pessimistische verwachtingen overtreffen. Het is absoluut noodzakelijk om snel acties te organiseren om de risico’s voor de bevolking te beperken en zo levens te redden.”

--- einde van het persbericht ---

 

Aantekeningen voor de journalisten

De tentoonstelling “Mijnen, verraderlijke wapens”is een samenwerking tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie, het Koninklijk Museum van het Leger, de Dienst voor de bestrijding van landmijnen van de Verenigde Naties en Handicap International. De tentoonstelling is te bezichtigen tot 28 juni in het Koninklijk Museum van het Leger in Brussel.

Meer info op http://www.klm-mra.be/klm-new/nederlands/main01.php?id=../danger-mines/mines-nl

Umedjon Naimovis afkomstig uit Tadzjikistan. Op twaalfjarige leeftijd werd hij het slachtoffer van een antipersoonsmijn, waardoor zijn been geamputeerd moest worden. Sinds enkele jaren voert hij als “Ban Advocate” samen met Handicap International strijd om het verbod op mijnen en clusterbommen en om de hulp aan de slachtoffers van deze wapens te steunen.

Lees zijn intrigerende verhaal op: http://www.handicapinternational.be/en/umedjon-naimov

Mijnen in de wereld. Elk jaar worden minstens 4.300 mensen het slachtoffer van mijnen of van niet-ontploft tuig in de wereld, ofwel één slachtoffer elke twee uur. Meer dan 70 % van hen is burger, onder wie 42 % kinderen. Wereldwijd hebben meerdere honderdduizenden mensen een ongeval door een mijn overleefd, de meeste onder hen zullen levenslang steun nodig hebben. De fondsen die dienen om de slachtoffers te steunen, zijn in één jaar met meer dan 30 % gedaald, een nieuw historisch dieptepunt die de juiste verzorging van de slachtoffers in gevaar brengt. Sinds 15 jaar werd ongeveer 4.000 km2 mijngebied opgeruimd en werden 135 miljoen mijnen vernietigd. In meer dan 60 landen zijn echter nog steeds miljoenen mijnen aanwezig, waarvan sommige meer dan 50 jaar geleden geplaatst werden.

Een overzicht van de belangrijkste kerngegevens zijn beschikbaar op http://bit.ly/10m73mh.

De oplossing. Het Verdrag inzake het verbod op het gebruik van antipersoonsmijnen (Verdrag van Ottawa) heeft een viervoudig doel: de wereldwijde bekrachtiging van het verbod op het gebruik van antipersoonsmijnen, de vernietiging van deze wapens, de opruiming van de mijnen en de steun aan de slachtoffers. België was het eerste land dat een wet op dit gebied aanvaardde, zelfs voor de ondertekening van het Verdrag van Ottawa, en speelt een voortrekkersrol in de strijd tegen de mijnen.