Handicap International vraagt serieuze inzet van alle Europese Staten om clustermunitie te verbannen en overlevenden te ondersteunen

Handicap International vraagt serieuze inzet van alle Europese Staten om clustermunitie te verbannen en
Brussels, 12 februari 2010 –  Handicap International roept alle Staten op om de Conventie inzake Clustermunitie zonder uitstel te ratificeren en om de beloften inzake vernietiging van voorraden, opruiming en slachtofferhulp na te komen. Veertien maanden nadat de Conventie inzake Clustermunitie in Oslo voor ondertekening voorlag, tekenden er al 104 landen. 27 daarvan ratificeerden de Conventie, maar getroffen Staten en gemeenschappen wachten nog steeds op de broodnodige steun.

Er zijn nog slechts drie ratificaties nodig, opdat het verdrag na zes maanden in werking kan treden. Van de EU-staten staan Denemarken en Moldavië klaar om te ratificeren. Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Hongarije, Italië, Litouwen, Nederland, Portugal, de Tsjechische republiek, het Verenigd Koninkrijk en Zweden hebben het ratificatieproces nog niet voltooid. Estland, Finland, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije hebben het Verdrag nog niet ondertekend. Handicap International vraagt de Belgische overheid dan ook om meer Europese landen te mobiliseren om de Conventie te tekenen, te ratificeren en daadwerkelijk uit te voeren. De EU moet meer steun voorzien voor gemeenschappen, die getroffen zijn door landmijnen en clustermunitie. De overlevenden willen een belangrijke en duurzame verbetering van hun levensomstandigheden zien.

Een recent rapport van Handicap International over slachtofferhulp, “Voices from the Ground”, toont aan dat de meeste overheden hun beloften niet nakomen om overlevenden ten volle te ondersteunen en te helpen bij hun integratie in de maatschappij. 65 % van de overlevenden gaf aan dat hun overheid niet over voldoende middelen beschikte, maar slechts 15 % dacht dat er ook genoeg politieke wil was om verbetering te garanderen. De meeste donorlanden vonden dat de nationale bijdrage voor slachtofferhulp onvoldoende was en zeiden dat getroffen landen slechts binnen 10 jaar aan de eigen noden zouden kunnen voldoen, of sommigen zelfs helemaal nooit. In Tsjaad dacht 64% van de ondervraagden dat overlevenden “geen” psychosociale steun ontvingen en 74% gaf aan nooit hulp bij economische integratie ontvangen te hebben. In Guinee-Bissau dacht 81% van de overlevenden dat hun situatie binnen vijf jaar slechter zou zijn dan vandaag. 93% van de overlevenden in Senegal vond dat hun rechten duidelijk geen prioriteit waren voor de overheid. 94% van de ondervraagden in Servië zei dat ze niet meer steun kregen in 2009 dan in 2005. Daarom roept Handicap International alle getroffen Staten op om zelf actief werk te maken van slachtoffersteun en een goed gehandicaptenbeleid te ontwikkelen. Donorlanden moeten hen hierbij bijstaan.
Van België, het eerste land ter wereld dat deze wapens en de investeringen erin verbood, verwacht Handicap International de volledige uitvoering van haar eigen nationale wetgeving terzake. De publicatie van een zwarte lijst van clustermunitieproducenten door de Minister van Financiën maakt daar deel van uit. De deadline hiervoor was 1 mei 2008. De vernietiging van clustermunitievoorraden moest tegen 9 juni 2009 uitgevoerd zijn, maar is tot nu toe niet helemaal afgewerkt.

Noot voor de redactie

Voices from the Ground: Landmine and Explosive Remnants of War Survivors Speak Out on Victim Assistance” is uitgegeven door Handicap International en is het allereerste rapport dat overlevenden ondervraagt over de geboden bijstand in de zwaarst getroffen landen. 1.645 overlevenden uit 25 getroffen landen vulden anoniem een gedetailleerde vragenlijst in. Daarin werd de al dan niet geboekte vooruitgang geëvalueerd van het Actieplan 2005-2009 van het Landmijnenverdrag, dat werd goedgekeurd in Nairobi.

Het Landmijnenverdrag uit 1997 is het eerste internationale ontwapeningsverdrag dat de internationale gemeenschap oproept om de honderdduizenden overlevenden bij te staan overal ter wereld, een concept dat bekendstaat als "slachtofferhulp". Het Landmijnenverdrag werd geprezen als "een historische overwinning voor de zwakken en de kwetsbaren in de wereld" en hield een belangrijke belofte in voor al diegenen die de gevolgen ondervonden van deze willekeurig toeslaande wapens.
De Conventie over Clustermunitie verbiedt het gebruik, de productie, het opslaan en de transfer van clustermunitie evenals het ondersteunen van een van deze verboden activiteiten. Het verdrag verplicht de verdragspartijen om de aangetaste zones te ruimen, de slachtoffers bij te staan en de stocks te vernietigen. Het is het belangrijkste ontwapeningsverdrag sinds het verbod op antipersoonsmijnen in 1997. Net zoals het Landmijnenverdrag legt deze conventie een norm op en stigmatiseert het gebruik van clustermunitie zodat zelfs die landen die niet tekenen er voor terugdeinzen het wapen in te zetten, omdat ze door de internationale gemeenschap worden veroordeeld.

Handicap International is medeoprichter van de "International Campaign to Ban Landmines" (ICBL, "Internationale Campagne tegen Landmijnen") en was in 1997 co-winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, voor haar strijd tegen landmijnen. De ICBL is een mondiaal netwerk dat actief is in meer dan 70 landen en ijvert voor een wereld zonder antipersoonsmijnen en clusterbommen. De organisatie wil de overlevenden, hun families en gemeenschappen een stem geven.