Fatal Footprint: Burgers vormen 98 percent van de clustermunitie slachtoffers

Fatal Footprint: Eerste wereldwijde studie over slachtoffers van clustermunitie

 Maar liefst 98 procent van alle geregistreerde slachtoffers van clustermunitie zijn burgers, van wie vele werden verwond of gedood tijdens hun normale, alledaagse activiteiten om in hun levensonderhoud te voorzien en op plaatsen waar ze elke dag komen. Dat blijkt uit Fatal Footprint: The Global Human Impact of Cluster Munitions, een baanbrekend rapport van Handicap International (HI), dat voor de eerste keer een poging doet om een indruk te krijgen van de gevolgen van clustermunitie op het leven van mensen in 24 landen en gebieden, waar de aanwezigheid van clustermunitie is bevestigd.

Clusterbommen zijn onnauwkeurige wapens die zijn ontworpen om een groot gebied te bestrijken. Ze spatten uiteen in individuele, zeer dodelijke bommetjes die een ‘voetafdruk’ creëren waarbinnen ze zonder onderscheid militaire doelwitten en burgers treffen. In tegenstelling tot de oorspronkelijke ontploffing lijken de gevolgen van niet-ontplofte clustermunitie die na het conflict blijft liggen, meer onderscheid te maken: ze treft namelijk veel meer burgers dan militair personeel. “Al 30 jaar lang slagen overheden er niet in om de disproportionele schade op lange termijn, die deze wapens voor de burgerbevolking veroorzaken, aan te pakken. Bijgevolg wordt het lot van deze slachtoffers niet ten volle erkend,” aldus Angelo Simonazzi, algemeen directeur van HI.

Mannen lopen het meeste risico. Zijn vertegenwoordigen 84 procent van de slachtoffers, van wie 40 procent bestaat uit jongens onder de 18 jaar. In veel landen, zoals Kosovo en Cambodja, vormen jongens de grootste groep. In andere gevallen zijn ze de nipte tweede. “In bijna alle gevallen worden deze jongens getroffen terwijl ze een inkomen proberen te verdienen voor hun familie, door dieren te hoeden of water of hout te verzamelen, zoals in Afghanistan”, zegt Loren Persi, onderzoeker bij HI.

Het aantal slachtoffers tijdens activiteiten om in het levensonderhoud te voorzien wijst op de directe economische gevolgen voor gemeenschappen en landen die te maken hebben met clustermunitie. “In veel landen zijn mannen de traditionele kostwinners, en volwassen mannen en jongens vormen het merendeel van de slachtoffers, dus de sociaal-economische schade op korte en op lange termijn mag niet worden onderschat”, benadrukt Katleen Maes, coördinator slachtofferhulp bij HI.

De studie vond bevestiging voor 11.044 geïdentificeerde en geregistreerde slachtoffers als gevolg van clustermunitie – 27 procent van hen zijn kinderen. Ongevallen met clustermunitie treffen meer mensen in één keer, zijn dodelijker en leiden vaker tot meervoudige verwondingen dan mijnen of alle andere niet-ontplofte oorlogsrestanten (ERW, explosive remnants of war). “In landen met weinig slachtoffers van mijnen en veel ERW-slachtoffers, doodt en verwondt clustermunitie niet alleen meer mensen dan alle andere types ERW, maar vaak zelfs evenveel als alle andere types bij elkaar”, aldus Hugh Hosman, specialist in databeheer bij Handicap International.

Dertig jaar na het gebruik veroorzaakt clustermunitie nog steeds bijna de helft van de ERW-slachtoffers in Zuidoost-Azië. In sommige delen van Irak vormen slachtoffers van clustermunitie 75 tot 80 procent van de totale groep. “Het is duidelijk dat clustermunitie nog steeds levens verwoest, gemeenschappen ontwricht en kwetsbare bevolkingsgroepen de toegang ontneemt tot de hulpbronnen die ze nodig hebben voor hun economisch herstel”, zegt Habbouba Aoun, coördinator van het Landmine Resource Centre (Libanon).

Daarom is een onmiddellijke en allesomvattende opruiming de enige manier om het aantal slachtoffers te beperken. Libanon is een duidelijk voorbeeld. In dit land vallen nog steeds gemiddeld twee tot drie slachtoffers per dag, nu de mensen terugkeren naar hun huizen en proberen om in hun levensonderhoud te voorzien. In Kosovo daalde het aantal slachtoffers pas nadat systematische opruiming begon.

“Nu is alle aandacht op Libanon gericht, maar we mogen niet vergeten dat de volledige omvang van het probleem in de meeste andere landen grotendeels onbekend is en onderschat wordt. Veel van deze landen zijn zwaar getroffen, maar krijgen weinig hulp om een halt toe te roepen aan het feit dat er elke dag nieuwe slachtoffers zijn”, stelt Katleen Maes.

In alle landen, met uitzondering van vier landen, wordt de gegevensverzameling als compleet beschouwd, maar daarin werden slechts negen procent van de slachtoffers daar geregistreerd. Clustermunitie wordt onvoldoende onderscheiden van andere ERW. Bepaalde groepen slachtoffers worden niet gerapporteerd. Slachtoffers die vielen tijdens het conflict zijn grotendeels onbekend. Op plaatsen waar zeer veel clustermunitie gebruikt werd, zoals Afghanistan, Zuidoost-Azië, Tsjetsjenië en Irak, zijn maar een zeer beperkt aantal slachtoffers geregistreerd. Bovendien geven al lang bestaande schattingen uit sommige landen zoals Vietnam en Koeweit aan dat er wereldwijd wel eens sprake zou kunnen zijn van 100.000 slachtoffers van clustermunitie. Hierbij komt nog dat het aantal falende munitie, dat in de praktijk worden geregistreerd, consequent hoger ligt dan de schattingen van de fabrikant. Clustermunitie met een hoog percentage blindgangers wordt bewust gebruikt. De zelfvernietigings- en neutraliseringsmechanismes laten het blijkbaar regelmatig afweten.

Ondanks terugkerende internationale belangstelling en welluidend verbaal protest, “moet de internationale gemeenschap nu onderhandelen over een nieuw verdrag om de verspreiding te voorkomen en een halt toe te roepen aan het verdere gebruik van de miljarden clusterbommen die op dit moment nog liggen opgeslagen. Dat is de enige manier om onnoemelijke aantallen burgerslachtoffers in de toekomst te vermijden,” zegt Stan Brabant, hoofd van de beleidseenheid van HI.

Fatal Footprint is de eerste omvattende studie die de impact van clustermunitie op de burgerbevolking systematisch analyseert door middel van gegevens over slachtoffers of overlevenden. De studie zet de beschikbare informatie over slachtoffers of overlevenden van clustermunitie op een rij en geeft zo een beeld van de gevolgen van het gebruik van clustermunitie voor de burgers. Het gaat daarbij om verschillende fases: de eerste aanvallen met clustermunitie, de directe noodfase op korte termijn en de periode na het conflict. Clustermunitie kan het leven van personen, families en gemeenschappen voor generaties lang kan ontwrichten. De studie identificeert wie getroffen wordt, wanneer, hoe en waarom… Ze zegt daarmee meer dan eenvoudigweg dat clustermunitie geen onderscheid maakt tussen burgers en militairen en zeer ernstige verwondingen veroorzaakt.

Om statistische redenen gebruikt het rapport alleen gegevens over slachtoffers of overlevenden, die zijn bevestigd of geregistreerd in gegevensbeheersystemen van doden en gewonden, die individueel kunnen worden gecontroleerd en geverifieerd om dubbele tellingen te vermijden.