Goto main content

Meer dan 8000 Congolese vluchtelingen in Burundi

Noodhulp
Burundi Democratische Republiek Congo
Sinds 24 januari hebben meer dan 8000 Congolese vluchtelingen de grens overgestoken naar Burundi. Zij ontvluchten de gevechten die het oosten van de Democratische Republiek Congo teisteren.
Een groep Congolese vluchtelingen zit in de schaduw van een grote boom, met de zakken die ze konden dragen naast hen.

Sinds 24 januari hebben meer dan 8000 Congolese vluchtelingen de grens overgestoken naar Burundi. Zij ontvluchten de gevechten die het oosten van de Democratische Republiek Congo teisteren.

Meer dan 8000 personen zijn de provincie Zuid-Kivu in het oosten van de Democratische Republiek Congo ontvlucht. Ze bevinden zich in de provincie Rumonge, aan de westelijke oever van het Tanganyikameer in Burundi. Een aantal vluchtelingen werd overgebracht naar de kampen van Cankuzo, Songore en Nyabitare[1]. HI, sinds 25 jaar actief in Burundi, is ter plaatse in Rumonge. Samen met de ngo Terre des Hommes volgt HI op wat de behoeften zijn van de vluchtelingen en of er zich ook vluchtelingen bevinden in de provincie Makamba.

Basisvoorzieningen ontbreken

De ploegen ter plaatse hebben een fundamenteel gebrek aan basisvoorzieningen vastgesteld: er is een nijpend tekort aan opvangplaatsen, voedsel en water. Daarbovenop hebben de vluchtelingen nood aan andere goederen zoals dekens, muskietennetten, matrassen en keukenbenodigdheden. De sanitaire infrastructuur is ontoereikend, wat het risico op cholera-epidemieën aanzienlijk vergroot.

65 % van de kinderen zonder begeleiding

Ten slotte worden vele kinderen, die 65% uitmaken van de vluchtelingen, niet begeleid door familieleden. Deze kinderen in het bijzonder lopen het risico om te worden blootgesteld aan geweld of om te worden achtergelaten. Het is van essentieel belang dat we hen beschermen.

“De noden van de vluchtelingen, waarvan het aantal nog zal stijgen, zijn aanzienlijk. Om deze mensen hulp te bieden, hebben we dringend fondsen nodig,” bevestigt Patrick Kelders, de verantwoordelijke bij HI voor onze projecten in het Grote Merengebied in Afrika.

 [1] Door de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR).

 

Gepubliceerd op: 14 september 2021

Meer over dit onderwerp

Haïti, een maand na de aardbeving
© R.CREWS/ HI
Noodhulp

Haïti, een maand na de aardbeving

Een maand nadat een aardbeving het zuidwesten van Haïti opschrikte, zijn de humanitaire behoeften nog steeds immens. Meer dan 2.000 mensen kwamen om, 650.000 Haïtianen verkeren nog steeds in nood.

“Mijn letsel heeft alles veranderd”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Mijn letsel heeft alles veranderd”

Een granaatscherf doorboorde het lichaam van Hozeifa tijdens een bombardement in de Syrische stad Idlib in 2016. De jongen raakte verlamd aan zijn benen. Hij vluchtte daarna naar Libanon, waar hij in een tentje leeft met zijn gezin.

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”
© P.Poulpiquet/Handicap International
Noodhulp

“Alsof ik in een nachtmerrie was terechtgekomen”

De 48-jarige Mayada komt uit een buitenwijk van de Syrische stad Damascus. In 2014 werd haar huis gebombardeerd. Ze liep ernstige verwondingen op en moest naar het ziekenhuis voor een amputatie. Intussen leeft ze al twee jaar als vluchtelinge in Libanon, waar ze van Handicap International een prothese kreeg. Onze organisatie helpt haar met kinesitherapie.