“Acties in Burundi koste wat kost voortzetten”

  • Kind met prothese schrijft iets op het krijtbord in de klas.
  • Portret van vrouw van middelbare leeftijd met donkere krullen.

In april 2015 kondigde Burundees president Nkurunziza zijn kandidatuur voor een derde ambtstermijn aan. Het nieuws leidde algauw tot een klimaat van instabiliteit en geweld in het Centraal-Afrikaanse land. Catherine Gillet, directrice van Handicap International in Burundi, getuigt over de impact hiervan op de activiteiten ter plaatse van onze organisatie.

Sinds 1992 zijn teams van Handicap International aanwezig in Burundi, een land waarvan meer dan de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Onze organisatie helpt er met revalidatie, zet zich in tegen gewelddaden tegen kinderen met een handicap, steunt verenigingen van personen met een handicap, bevordert de inclusie van kinderen in het onderwijs en arbeidsmarkt en werkt er aan een betere moeder- en kindgezondheid.

Welke gevolgen heeft de woelige situatie voor de activiteiten van Handicap International?

Catherine Gillet: We moesten onze activiteiten enkele weken opschorten. In de provincie Gitega konden we ze relatief snel terug opnemen. Maar onze activiteiten rond de inclusie van kinderen met een handicap in het onderwijs – dat is in Bujumbura – konden we om veiligheidsredenen pas in september weer van start laten gaan. Wel zorgden we van bij het begin voor specifieke bijstand in het licht van de crisis.

Om wat voor specifieke bijstand gaat het dan?

Handicap International heeft samen met partnerorganisaties geholpen bij de inrichting van een ‘Child Friendly Space’. [1] Veel kinderen waren als gevolg van de sluiting van de scholen in Bujumbura plots op zichzelf aangewezen. Het gewelddadige klimaat maakt hen ook alleen maar kwetsbaarder. Onze organisatie heeft opvoeders opgeleid specifiek met betrekking tot handicaps. Dit moet ertoe leiden dat opvangstructuren rekening houden met kinderen met een handicap en dat ze hun pedagogische methoden op hen afstemmen.

In diezelfde zin werkten we samen met de ngo CONCERN: we begeleidden trainingen voor de leden van andere ngo’s om bij hun noodhulpacties ook rekening te houden met personen met een handicap. [2]

Verder hielp Handicap International Artsen Zonder Grenzen met de doorverwijzing van gewonden, vooral mensen met schotwonden, die meer specifieke hulp zoals kinesitherapie of een prothese nodig hadden. Op die manier verzekerden we dat mensen in nood bij de juiste voorzieningen terechtkwamen.

Wat is de weerslag op het team van Handicap International in Burundi?

De eerste weken waren bijzonder moeilijk voor iedereen. Er hing constante spanning in de lucht. Het geweld was alomtegenwoordig en de angst was tastbaar. We pasten onze werkuren aan en stelden een vervoerssysteem op om naar kantoor te komen. Sommige collega’s moesten thuis toezichtrondes houden in hun wijk om er zeker van te zijn dat hun familie in goede gezondheid was.

Die periode was zeker een beproeving. Maar uiteindelijk zijn we geslaagd in dat wat we koste wat kost wilden: onze activiteiten voortzetten.

Hoe ziet de situatie eruit in Burundi een half jaar na het eerste oproer?

Het geweld – gevechten, ontploffende granaten, schoten in het midden van de nacht – is enigszins afgenomen. Maar je blijft de spanning voelen en de mensen zijn nog steeds bang.

Meer dan 170.000 Burundezen [3] hebben intussen het land verlaten. Ze zijn gevlucht naar Tanzania, Rwanda, de Democratische Republiek Congo en Oeganda.

Wat is op dit moment de belangrijkste taak van Handicap International?

We willen in de eerste plaats onze activiteiten in stand houden. Want op die manier voldoen we aan de behoeften van de meest kwetsbare mensen. We willen dit kunnen doen in de toekomst, maar ook in tijden van crisis zoals nu.

 

[1] War child, Unicef, Terre des Hommes, GIZ, Sport sans frontière, APRODEM.

[2] In het bijzonder Care, World Vision, CONCERN.

[3] Volgens het meest recente rapport van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN.