“We helpen Haïti voorbereiden op nieuwe rampen”

  • Glimlachend ongetje staat rechtop op beide benen en houdt een vroegere prothese vast in beide handen
  • In een tentenzaal ondersteunt een kinesist een dame met een geamputeerd been dat op krukken tracht te lopen
  • portret van Nathalie Derrien

Op 12 januari 2010 daverde de grond als nooit tevoren onder de voeten van miljoenen Haïtianen. Zes jaar later zijn de sporen nog altijd aanwezig. “De Haïtianen zijn getekend door de ramp. We hebben hen noodhulp geboden en verleggen nu steeds meer de focus naar langetermijnprojecten, waaronder de voorbereiding op nieuwe rampen”, legt Nathalie Derrien uit, directrice van Handicap International in Haïti.

Na de aardbeving mobiliseerde Handicap International op enkele dagen tijd honderden medewerkers. [1] Onze organisatie verzorgde gewonden, deelde hulpmiddelen uit en zette een werkplaats op om protheses te maken.

Zo kregen meer dan 90.200 personen basisverzorging en revalidatiesessies. Meer dan 1.400 mensen ontvingen een prothese en goed 25.000 personen kregen psychosociale steun. Onze teams deelden ook ruim 6.000 loophulpmiddelen uit (rolstoelen, krukken, looprekjes) uit. Handicap International bracht uiteindelijk meer dan 20.000 hulpgoederen tot bij de slachtoffers van de ramp teams en stond in voor de bouw van meer dan 1.000 woningen voor de meest kwetsbare gezinnen.

We legden enkele vragen voor aan Nathalie Derrien, operationeel directrice in Haïti, om te weten hoe het land er vandaag voor staat en welke taak weggelegd ligt voor Handicap International.

Zijn de sporen van de aardbeving zes jaar na de ramp nog aanwezig?

ND: Jazeker. Veel mensen hebben familieleden verloren. De Haïtianen zijn getekend door de ramp. Veel mensen leven trouwens nog altijd in kampen, nadat hun huis door de aardbeving werd verwoest. We werken aan hun herintegratie in nieuwe buurten, waarbij we erop toezien dat die toegankelijk zijn voor personen met een handicap.

Handicap International volgt ook nog steeds bepaalde patiënten op die nood hebben aan nieuwe behandelingen. Ik denk bijvoorbeeld aan Moïse, die zijn been verloor door de aardbeving. Zes jaar geleden kreeg hij een prothese. Hij was toen vier jaar en is intussen non-stop gegroeid. We blijven Moïse begeleiden en verzekeren dat hij steeds een prothese heeft die aangepast is aan zijn veranderende lichaam.

Waar legt Handicap International zich vandaag nog op toe in Haïti?

ND: Momenteel zitten we in een overgangsfase tussen het bieden van noodhulp na de aardbeving en het opzetten van langetermijnprojecten. Zo zijn we een paar jaar geleden begonnen met een opleiding voor revalidatietechnici. Je moet weten dat Haïti op het moment van de aardbeving slechts dertien kinesitherapeuten telde én dat meer dan de helft van hen leefde in het buitenland. Welnu, dankzij onze opleiding studeerden er in augustus 2015 72 nieuwe revalidatietechnici af: een première voor Haïti! We stellen nu alles in het werk opdat revalidatieberoepen in Haïti erkend worden als echte, officiële beroepen.

De komende jaren leggen we ons ook toe op de bescherming van kinderen en de inclusie van personen met een handicap op de arbeidsmarkt. Daarnaast vormt het beheer van de risico's van natuurrampen een belangrijk luik in het geheel van onze acties: een van onze prioriteiten is de Haïtianen helpen om zich voor te bereiden op nieuwe rampen.

De risico’s van natuurrampen beperken: hoe doe je dat?

ND: We zijn erg actief op het vlak van preventie en sensibilisering bij de gemeenschappen. In een land als Haïti, waar cyclonen en stormen schering en inslag zijn, is het van cruciaal belang dat de mensen weten hoe ze zich moeten beschermen. We hebben bijvoorbeeld negen dorpen voorbereid op eventuele rampen en meer dan 224 erg kwetsbare gezinnen begeleid om zich te beschermen tegen natuurrampen.

We werken daarbij samen met de autoriteiten, de civiele bescherming en andere organisaties en zien erop toe dat er bij de voorbereidingen op rampen, zoals het opstellen van noodplannen, en de noodhulp erna rekening wordt gehouden met de meest kwetsbaren.

 

[1] Op een gegeven moment waren er maar liefst 600 medewerkers van Handicap International, onder wie 80 expats, actief in het land.