Meteen naar de inhoud

Top over landmijnen: “Gedaan met praten. Het is tijd voor actie”

Mijnen en andere wapens
Colombia
Op 4 december kwamen wereldleiders samen in Colombia om hun beloftes te hernieuwen en een actieplan voor de komende vijf jaar aan te nemen. Handicap International juicht de goedkeuring van het Cartagena Actieplan toe, maar roept alle Staten op om zich nu ook toe te leggen op de uitvoering hiervan. “Genoeg woorden en toespraken,” zegt Stan Brabant van Handicap International. Het is nu tijd voor actie. We roepen alle Staten op om hun politieke beloftes om te zetten in acties op het terrein. Slachtoffers van landmijnen kunnen niet langer wachten.” Prinses Astrid sprak gisterennacht ook het plenum toe en bezoekt vandaag een project van Handicap International.
Cartagena actieplan - Prinses Astrid

Handicap International is verheugd over het Cartagena Actieplan en de beloftes inzake slachtofferhulp maar zal de toepassing hiervan nauwgezet in de gaten houden.

Op 4 december kwamen wereldleiders samen in Colombia om hun beloftes te hernieuwen en een actieplan voor de komende vijf jaar aan te nemen. Handicap International juicht de goedkeuring van het Cartagena Actieplan toe, maar roept alle Staten op om zich nu ook toe te leggen op de uitvoering hiervan. “Genoeg woorden en toespraken,” zegt Stan Brabant van Handicap International. Het is nu tijd voor actie. We roepen alle Staten op om hun politieke beloftes om te zetten in acties op het terrein. Slachtoffers van landmijnen kunnen niet langer wachten.” Prinses Astrid sprak gisterennacht ook het plenum toe en bezoekt vandaag een project van Handicap International.

Princes Astrid tekent het Belgische actieplan

Een van de hoogtepunten van de top in Cartagena was de discussie rond slachtofferhulp, een onderdeel van het verdrag waar de voorbije jaren het minst vooruitgang werd geboekt. Als reactie op ons rapport Voices from the Ground (september 2009) lieten verschillende Staten weten bereid te zijn om meer te doen, en deden concrete beloften inzake financiering, in het bijzonder Duitsland en Australië. In een speciale sessie over slachtofferbijstand benadrukten 31 Staten hun vooruitgang op nationaal niveau, met inbegrip van de ontwikkeling van nationale plannen, verbeterde revalidatieprogramma’s, toegang tot zorg, interne coördinatie van overheidsdepartementen, het vastleggen van focuspunten, steun aan ngo’s en burgerinitiatieven, en een algemene verbetering van de kwaliteit en beschikbaarheid van diensten. “Dat is goed,” aldus Stan Brabant van Handicap International. “Maar het echte succes van de voorzieningen voor slachtofferhulp uit het Verdrag voor een Verbod op Landmijnen zal komen van de slachtoffers zelf." Donderdagochtend verklaarde Prinses Astrid van België als reactie op onze oproep: “We zouden moeten overwegen om de slachtoffers bij de evaluatie van het actieplan op het terrein te betrekken. Zij kunnen immers het beste vaststellen of hun leefomstandigheden zijn verbeterd of niet. Daarom heet ik de landmijnactivisten van harte welkom."

Een ander hoogtepunt van Cartagena Top was de aanwezigheid van een delegatie uit de Verenigde Staten. Dinsdag liet het hoofd van Amerikaanse delegatie de deelnemers weten dat de administratie van Obama is begonnen met een grootschalig onderzoek naar het landmijnbeleid. Zo verklaarde de Amerikaanse vertegenwoordiger: "De beslissing van de administratie om deze conferentie bij te wonen, is het resultaat van een aanhoudend grondig onderzoek naar het landmijnbeleid van de VS, dat op vraag van president Obama werd opgestart." Deze verklaring was in tegenspraak met de positie die het Department of State afgelopen dinsdag 24 november innam. De oorspronkelijke Amerikaanse verklaring veroorzaakte echter een hevige reactie van het middenveld, niet-gouvernementele organisaties en de internationale gemeenschap, waaronder de Internationale Campagne voor een Verbod op Landmijnen.

Verder werd er ook gesproken over het succesvol beëindigen van de ontmijningsacties door vier Staten, waaronder Albanië, Griekenland, Rwanda en Zambia.

Meer over dit onderwerp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken
© D. Kremer / HI
Mijnen en andere wapens Noodhulp

Verboden clusterbommen blijven (burger)slachtoffers maken

Uit het laatste verslag van de Cluster Munition Monitor, dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat Syrië voor het achtste jaar op rij verantwoordelijk is voor de meeste slachtoffers. In 2019 nam het land in oorlog 80% van de slachtoffers voor zijn rekening. Maar de Cluster Munition Monitor getuigt ook over het gebruik van clustermunitie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan.

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"
© Tannourine / HI
Mijnen en andere wapens

Het 2020-rapport van de Landmine Monitor: "Covid-19 heeft de acties tegen mijnen ontregeld"

Voor het vijfde jaar op rij maakt de Landmine Monitor gewag van een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers van landmijnen, voor het merendeel burgers. De uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020 heeft ook een nieuwe reeks onvoorziene uitdagingen met zich meegebracht

Wanneer de bom valt
© Martin Crep/HI
Mijnen en andere wapens

Wanneer de bom valt

Bij gewapende conflicten wordt de rekening vaak gepresenteerd aan de ongewapende burgers. Vandaag maken burgers 90% uit van de slachtoffers bij bombardementen in bevolkte gebieden. Wat zijn de gevolgen en wie maakt hier een eind aan?