67 landen, waaronder België, ondertekenen wapenverdrag

  • Lichte wapens in Libië

In het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York ondertekenden gisteren 67 staten het wapenverdrag dat de wapenexport aan banden legt. België was bij de eerste 20 landen die hun handtekening zetten onder het verdrag.

Ook grote wapenexportlanden zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ondertekenden het verdrag. De Verenigde Staten zouden later ondertekenen. Hoewel Handicap International enkele pijnpunten vaststelt in de tekst, is het verdrag volgens de organisatie van groot belang om menselijke tragedies, waarvan ze nu dagelijks getuige is op het terrein, te vermijden. Het verdrag verbiedt de export van conventionele wapens wanneer deze gebruikt kunnen worden voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden.

Het Internationaal Wapenverdrag verplicht elke VN-lidstaat om een nationale structuur uit te bouwen die wapentransfers controleert. Ook verbiedt het verdrag de lidstaten om wapens uit te voeren die bedoeld zijn voor aanvallen tegen burgers of burgerdoelen. Evalueren vóór de transactie is het basisprincipe van het verdrag. Wapens mogen niet worden verkocht als daarbij het risico bestaat dat ze een internationaal wapenembargo omzeilen, dat ze gebruikt worden voor een genocide of andere ernstige mensenrechtenschendingen of als ze in handen kunnen vallen van terroristische of criminele organisaties.

“Een van de sleutels tot succes ligt in de controle op het verdrag door de burgergemeenschap. Dat heeft het welslagen van het Verdrag van Ottawa tegen Antipersoonsmijnen en het Verdrag van Oslo tegen Clustermunitie aangetoond”, legt Marion Libertucci verder uit. “Vandaag is 75% van de 875 miljoen lichte wapens en wapens van klein kaliber die circuleren in de wereld in de handen van burgers”.

“Zelfs al zitten er enkele zwakheden in het verdrag, zoals de te beperkte lijst van te controleren wapens, het vormt wel een goed basisstuk om de wapenhandel aan banden te leggen en zo menselijke drama’s te vermijden”, vervolgt Marion Libertucci. “Het gaat om duizenden mensenlevens per jaar die nu misschien kunnen gered worden”.

Handicap International is momenteel over de hele wereld actief in meer dan 60 landen. In de eerste plaats stelt Handicap International alles in het werk om slachtoffers van gewapend geweld te helpen, zoals in Syrië, Libië en Irak. 80% van de slachtoffers ontwikkelt immers een ernstige handicap die levenslange verzorging vereist, zo toonde de organisatie aan in een rapport van 2012 over de impact van gewapend geweld.

De vrijgekomen wapenstocks van Kadhafi in Libië en de wapenlevering van verschillende staten tijdens het conflict hebben geleid tot een enorme verspreiding van lichte wapens. De meeste families in Libië bezitten minstens één vuurwapen. De verspreiding van vuurwapens onder de bevolking veroorzaakt ongevallen die te vermijden zijn met specifieke preventiecampagnes. In 2012 werden in Tripoli 1.600 mensen slachtoffer van lichte wapens. Dat is gemiddeld vier slachtoffers per dag. Drie kwart van de slachtoffers zijn jonger dan 25 jaar. Handicap International informeert de bevolking en geeft advies: de wapens uit de buurt van kinderen houden, de beveiliging van het wapen aanzetten, niet gebruiken tijdens manifestaties …