Rwanda: 25 jaar na de genocide

  • Zwart-witfoto van een zestigjarige man die voor zijn huis op twee krukken leunt. Een deel van zijn linkerbeen werd geamputeerd.
  • Honderden Rwandezen wandelen over een weg met de bezittingen die ze kunnen dragen.
  • Een tiental vrouwen met kleurrijke kledij staan voorovergebogen in een veld.

Vanaf 7 april herdenkt Rwanda de genocide waarbij mannen, vrouwen en kinderen gedurende 3 maanden gemarteld, verkracht en uitgemoord werden. Meer dan 800 000 mensen kwamen daarbij om. De littekens van dat zinloze geweld zijn 25 jaar later nog steeds zichtbaar. Ongeveer 29% van de Rwandezen – één derde van de bevolking – lijdt aan posttraumatische stressstoornissen, gerelateerd aan de genocide. Meer dan één op vijf kampt met depressies.

Handicap International (HI) kwam in de nasleep van de genocide aan in Rwanda en startte een eerste project rond mentale gezondheid in 1996, waarbij kinderen die hun ouders verloren hadden psychologische ondersteuning kregen. Tot op de dag van vandaag blijft HI de directe en indirecte slachtoffers van de genocide begeleiden. In 2018 namen meer dan 5 800 slachtoffers van het geweld deel aan psychosociale activiteiten om hun trauma’s te verwerken.

Tijdens de herdenkingsperiode, die drie maanden duurt, zal HI samenwerken met experts rond mentale gezondheid, zoals psychologen, in overleg met het Nationale Coördinatiecomité rond Mentale Gezondheid (Rwanda Biomedical Center – RBC). Onze organisatie zal hen voorbereiden op hoe ze moeten omgaan met trauma’s en hoe ze de slachtoffers kunnen begeleiden aan de herdenkingsmonumenten.

“De Rwandezen hebben de gewoonte om hun trauma’s rond de genocide elke dag te verdringen. Tijdens de herdenkingsperiode zullen bepaalde herinneringen, gevoelens en emoties weer naar boven komen. De slachtoffers zullen de confrontatie aangaan met hun leed. Voor sommigen is dat een verpletterende ervaring. Sommige mensen vertellen ons dat ze de hele nacht wakker lagen omdat ze de mensen die ze verloren opnieuw zagen en hun ogen niet wouden sluiten. Ze herbeleven de paniekaanvallen, het verlies van hun geliefden en meer. Het is belangrijk dat mensen elkaar steunen tijdens deze periode, je gevoelens delen kan bevrijdend werken. Dankzij groepstherapie kunnen mensen elkaar vertrouwen en ervaringen delen: Ik heb hetzelfde meegemaakt als jij. Ik zal je vertellen wat mij geholpen heeft. Het kan levens redden,” verklaart Chantal Umurungi, adviseur mentale gezondheid en psychologische ondersteuning in Rwanda.

Meer dan 20 jaar slachtofferhulp 

Sinds 1996 heeft HI meer dan 25 000 slachtoffers van geweld, waaronder de genocide, ondersteund. We organiseerden meer dan 46 000 psychosociale sessies. Tegenwoordig biedt HI een aanpak rond mentale gezondheid die eerder rond ‘de gemeenschap’ draait: er worden luister- en discussiegroepen opgezet, waar mensen zichzelf vrij kunnen uitdrukken en hun problemen kunnen bestrijden door naar elkaar te luisteren in het bijzijn van een psycholoog of gemeenschapsvrijwilligers. Vervolgens zetten ze de stap naar zelfhulpgroepen waarbij ze samen kleine ondernemingsprojecten opstarten, zoals kleine groentewinkeltjes en het houden van vee. Deelnemen aan een gezamenlijke onderneming geeft hen meer zelfredzaamheid en zelfvertrouwen.

“De genocide heeft ook andere indirecte gevolgen gehad voor de mentale gezondheid: druggebruik, extreme seksuele gebruiken, geweld en echtelijke conflicten. Dit verzwakt het sociale weefsel en de familiebanden. Met onze gemeenschapsgerichte aanpak willen we bruggen bouwen tussen de mensen en de vicieuze cirkel van geweld en mentale problemen een halt toeroepen,” aldus nog Chantal Umurungi.

Enkele cijfers:

  • Na de genocide in 1994 verdeelde HI meteen voedselhulp en startte het revalidatieprojecten voor de slachtoffers
  • Sinds 1996 bood HI psychologische ondersteuning aan meer dan 25 000 slachtoffers van geweld
  • Vandaag lijdt nog steeds 29% van de bevolking aan posttraumatische stress ten gevolge van de genocide. Meer dan één op vijf personen kampt met depressies.