Slachtoffers van aardbeving in China worden niet vergeten

  • aardbeving China

Op 12 mei 2008 werd de Chinese provincie Sichuan getroffen door een van de zwaarste aardbevingen uit de recente geschiedenis. Er vielen meer dan 80.000 dodelijke slachtoffers en 370.000 gewonden. Zo’n 5 miljoen mensen werden dakloos. Naar schatting 50.000 gewonden kampen nog steeds met lichamelijke problemen en 20.000 van hen zullen levenslang gehandicapt blijven.

De ochtend na de aardbeving trokken de teams van Handicap International meteen naar Chengdu, de hoofdstad van Sichuan, om er in de twee grootste ziekenhuizen te gaan helpen bij de revalidatie van patiënten. De organisatie leverde basismateriaal en gaf vormingen voor het personeel over revalidatie. Zes maanden na de aardbeving keerden de meeste gewonden die eerste hulp kregen in de referentieziekenhuizen terug naar hun dorp of stad van oorsprong. Veel van hen wonen in tijdelijke kampen. Het is de bedoeling dat de ontheemde slachtoffers twee a drie jaar in deze kampen verblijven, de tijd die nodig is om de verwoeste dorpen en steden terug op te bouwen.

Handicap International evalueerde de situatie in de zwaarst getroffen gebieden en stelde vast dat er een enorme nood is aan vorming rond lichamelijke revalidatie voor het personeel van de secundaire ziekenhuizen. Daarnaast moet er een efficiënt systeem worden opgezet om patiënten thuis te kunnen opvolgen. Handicap International zal tussenkomen in Mianzhu (500.000 inwoners). Deze stad ligt 80 km ten noorden van Chengdu en werd met 50.000 gewonden zwaar getroffen door de aardbeving. De organisatie zal meewerken aan de revalidatie van de zwaarst gewonden. Handicap International zal zich ook inzetten om ervoor te zorgen dat personen met een handicap betere toegang krijgen tot de bestaande sociale diensten. Het team experts van Handicap International bestaat uit Chinezen en buitenlanders en bereikt dagelijks 80 patiënten.